zondag 28 november 2010
Armoede werkt niet
Ik was gisteren naar de manifestatie 'armoede werkt niet' geweest die georganiseerd was door de SP en gesteund werd door de PVDA en de FNV. Het was een actie tegen de plannen van het kabinet Rutte om mensen met een arbeidsbeperking te korten op hun uitkering (WAJONG, WSW, WWB). Verder zijn er plannen om 30.000 banen in de sociale werkvoorziening te schrappen. Dit zijn schandalige plannen die wat mij betreft zo snel mogelijk van tafel moeten. Aangezien ik een WAJONG uitkering heb treffen deze plannen mij direct. Meneer Rutte lijkt te denken dat we het te goed hebben met onze uitkering en dat we vanzelf wel aan het werk gaan als hij onze uitkeringen verlaagd. Dat is natuurlijk onzin. Ik zou gaan werken als er een geschikte baan voor mij was. Van het korten op mijn uitkering wordt ik alleen maar armer. Voor veel mensen met een arbeidsbeperking is de sociale werkvoorziening een uitkomst. Daar wil men nu dus vreselijk veel banen gaan schrappen. Er is voor deze mensen geen alternatief. De sociale werkvoorziening is niet voor iedere arbeidsgehandicapte even geschikt. Mijn ervaring met de DZB hier in Leiden was in ieder geval dat ze mij geen werk te bieden hadden dat aansloot bij mijn vaardigheden en behoeften. Veel arbeidsgehandicapten werken er echter met plezier. Ik zie ook aan de mensen op het DAC waar ik wat werkzaamheden verricht dat het heel veel voor mensen betekent om te werken. Je ziet dat mensen er beter door functioneren. Niemand wordt beter door thuis te zitten. We kunnen deze maatregelen dan ook niet accepteren. GroenLinks zou zich hier ook druk over moeten maken. Het was daarom ook jammer dat GroenLinks deze actie van de SP niet lijkt te steunen. GroenLinks was de grote afwezige op deze manifestatie. Dat lijkt mij een gemiste kans. Je hoeft geen vrienden van de SP te zijn om voor dezelfde zaak te vechten. Het was precies dit argument waarop de PVDA zich wel bij deze actie heeft aangesloten. De PVDA heeft op dit punt groot gelijk. Het zou een goede zaak zijn als GroenLinks dit argument ook zou onderschrijven. Ik was blij dat ik Job Cohen heb horen spreken in de Brabanthallen. Femke Halsema had er echter ook moeten staan.
zondag 21 november 2010
Thorbecke, de founding father van Nederland
In Amerika hebben ze het altijd over de founding fathers. Dit zijn de politieke leiders die de Onafhankelijkheidsverklaring hebben ondertekend of geholpen hebben met het opstellen van de grondwet. Zij zijn de grondleggers van de Verenigde Staten. Wij hebben ook een 'founding father'; Thorbecke. We hadden natuurlijk al een Vader des Vaderlands; Willem de Zwijger. Voor mij is dat toch iets anders dan een 'founding father'. Willem de Zwijger heeft niet onze grondwet geschreven, dat heeft Thorbecke gedaan. Onze grondwet is in wezen nog dezelfde als die van Thorbecke uit 1848, al is deze in 1983 herzien. Thorbecke was daarmee de grondlegger van de Nederlandse parlementaire democratie.
Johan Rudolf Thorbecke werd op 14 februari 1798 geboren als zoon van een tabakshandelaar. Zijn familie kwam oorspronkelijk uit Duitsland, maar de Thorbecke's hadden zich sinds de zeventiende eeuw in Zwolle gevestigd. Ondanks het feit dat zijn ouders het niet breed hadden, kreeg hij alle kans om zijn intelligentie te ontwikkelen. Zijn ouders hebben hem altijd gestimuleerd om door te leren.Van een predikant leerde hij Latijn en Grieks, waardoor Thorbecke de Latijnse school (een voorloper van het gymnasium) al na korte tijd kan verlaten. In 1815 gaat Thorbecke klassieke letteren studeren in Amsterdam. Vanaf 1818 zet hij zijn studie voort in Leiden. In 1820 zal hij promoveren op een dissertatie over de Romeinse redenaar Asinius Pollio.
Na zijn promotie vertrok hij naar Duitsland om daar te gaan werken als privaat-docent. Dat was in die tijd niet ongebruikelijk. Deze periode was belangrijk voor zijn geestelijke vorming. Hij kwam er in aanraking met het Duitse idealisme. Dat was in die tijd een populaire filosofische stroming. Door geldzorgen moest hij weer terug naar Nederland. In 1825 werd jij bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Gent. Als gevolg van de Belgische opstand in 1830 moest hij de stad verlaten. Een jaar later werd Thorbecke benoemd tot hoogleraar diplomatie en moderne geschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Hier zou hij onder andere college geven over de grondwet. In 1839 publiceerde hij 'Aanteekening op de Grondwet '. Dit zou een aanzet zijn tot een debat over de grondwet zoals die op dat moment bestond.
In 1836 trouwde Thorbecke met Adelheid Sorger. Zij was negentien jaar jonger dan Thorbecke. In dat jaar kocht hij een huis aan de Garenmarkt. Hij woonde op de Garenmarkt 9. Hij is daar tot 1850 blijven wonen. Thorbecke was iemand die zijn onafhankelijkheid koesterde. Hij maakte op zijn omgeving een koele, hooghartige en ongenaakbare indruk. Hij bleek in intieme kring echter een warme persoonlijkheid. Hij hield van wijn, sigaren en muziek- met name van Mozart en Beethoven.
In 1840 werd hij lid van de zogenaamde dubbele kamer. Tussen 1844 en 1845 was hij lid van de tweede kamer. Hier nam hij het initiatief tot herziening van de grondwet. Hij deed dat samen met acht andere kamerleden (de Negenmannen). Het voorstel werd niet in behandeling genomen. De voorstellen werden 'on-Nederlands' genoemd. Het maakte wel veel discussie los. In 1853, 1863 en 1872 ontving Thorbecke doodsbedreigingen van onbekenden. In het laatste geval was dat in reactie op de mogelijke invoering van een inkomstenbelasting.
In 1848 kwam die nieuwe grondwet er toch. Thorbecke was in dat revolutiejaar aangesteld als voorzitter van de Grondwetscommissie. Koning Willem II was geschrokken van de woelingen in het buitenland. 1848 was niet toevallig het jaar waarin Karl Marx en Friedrich Engels het Communistisch Manifest schreven. In dat jaar waarde er een spook door Europa, zoals Marx schreef. In heel Europa was er sprake van een revolutionaire stemming. In Frankrijk brak de Februarirevolutie uit. Frankrijk werd weer een republiek. Als reactie hierop brak er in Oostenrijk en Hongarije de Maartrevolutie uit. Ook in de Duitse landen heerste een revolutionaire stemming. In heel Europa was het onrustig.De gevestigde machten sidderden. Willem II had goed door dat de zaken niet bij het oude konden blijven. Dat hij met het aanstellen van de Commissie zijn ministers passeerde scheen niet terzake te doen. Zijn hervormingsdrift leek niet voort te komen uit een passie voor het staatsrecht. Hij was er meer op uit om zijn hachje te redden.
De nieuwe grondwet betekende een grote vooruitgang. Er kwamen rechtstreekse verkiezingen. Daarnaast kwam er de ministeriële verantwoordelijkheid en werden de parlementaire bevoegdheden uitgebreid. Het algemene kiesrecht gold alleen nog voor mannen. Vrouwen zouden pas in 1917 kiesrecht krijgen. Met deze grondwet was Nederland eindelijk een moderne staat geworden.
Thorbecke heeft leiding gegeven aan drie kabinetten. Thorbecke was in zijn kabinetten minister van binnenlandse zaken. Daar viel een zeer breed takenpakket onder; binnenlands bestuur, landbouw, handel en nijverheid, armenzorg, onderwijs, waterstaat en volksgezondheid vielen hieronder. De post van minister-president bestond nog niet in zijn tijd.
In het eerste kabinet dat duurde van 1849 tot 1853 had hij constant conflicten met koning Willem II. Zijn tweede kabinet dat zat van 1862 tot 1866 stond vooral in het teken van de infrastructuur. In deze tijd werd het Noordzeekanaal gegraven. Thorbecke was niet bij iedereen populair. In deze periode ontving hij een doodsbedreiging per brief. Wat dat betreft is er dus niets nieuws onder de zon.
Het laatste kabinet Thorbecke duurde van 4 januari 1871 tot 6 juni 1872, de dag dat Thorbecke stierf. In zijn laatste kabinetsperiode had Thorbecke aan Aletta Jacobs als eerste vrouw toestemming gegeven om aan een universiteit te studeren. Dit had hij vijf dagen voor zijn dood nog geregeld.
Thorbecke was een van de grootste staatsmannen die ons land ooit heeft gekend. De grondwet van 1848 is het fundament van onze rechtsstaat. Er zijn later enige wijzigingen aangebracht, maar in grote lijnen is onze grondwet nog steeds dezelfde als die van 1848 . In 1983 heeft de laatste wijziging van de grondwet plaatsgevonden. Het huidige artikel 1, waarin discriminatie wordt verboden, werd toen aan de grondwet toegevoegd. Dit artikel is eigenlijk een logische toevoeging aan de grondwet zoals die bestond. Aan het fundament van onze rechtsstaat kan en mag niet zomaar getornd worden.
Het liberalisme van Thorbecke was geworteld in het Duitse idealisme. Een van de kenmerken van het Duitse idealisme is dat het uitgaat van een analyse van de historische ontwikkeling. Een van de belangrijkste voormannen van het Duitse idealisme is Hegel. Hegel wilde alle kennis in een totaalconcept verenigen. Wetenschap, esthetica, godsdienst en filosofie moesten samenkomen in een groot systeem. De werkelijkheid was in zijn ogen niet statisch, maar de uitkomst van een continu dynamisch proces waarbij nieuwe tegenstellingen telkens weer worden opgeheven. Dit proces noemde Hegel dialectiek. Filosofie was voor Hegel 'haar tijd in gedachten vervat'. Kennis is dus bij Hegel gebonden aan de culturele context en de historische situatie. Kennis is dus niet absoluut. Kennis ontwikkelt zich door tegenstellingen die worden opgeheven. Dus eigenlijk door discussie. Zo bezien kan je het Duits idealisme zien als een basis voor het liberalisme. Niet iedereen zal dit zo zien, maar dit is de manier waarop Thorbecke het zag. Liberalisme gaat ervan uit dat niemand zeker weet wat het goede leven is. Mensen hebben daar verschillende visies op en vullen dat op hun eigen manier in. Daarom moeten vrijgelaten worden om hun leven te leiden zoals ze willen, zolang ze anderen maar niet in hun vrijheid belemmeren (zoals een Amerikaanse rechter zei;'de vrijheid om met je vuist te zwaaien wordt beperkt door de neus van je buurman.') Het is niet aan de staat om in te grijpen voor je eigen bestwil. De VVD noemt zich een liberale partij en ziet zich graag als de erfgenaam van Thorbecke. Laten we eens kijken naar het liberalisme van Thorbecke en laten we kijken naar wat we daarvan terugvinden bij de VVD. Het liberalisme van Thorbecke wordt duidelijk uit een citaat als het volgende;
Liberaal regeren, dat is regeren overeenkomstig de natuurwet, die aan elk wezen een bijzondere bestemming en een eigen scheppingsvermogen heeft toegekend; dat is de algemene voorwaarden verzekeren, onder welke aan alle leden van de staat het zelfstandig handelen, naar de mate van ieders aanleg mogelijk wordt.
Het is niet liberaal, wanneer een regering de ontwikkeling van arbeid en kapitaal, of hun meest vrije en vruchtbare besteding tegenhoudt; wanneer zij een richting zoekt te geven aan hetgeen zijn weg zelf moet vinden; wanneer zij met één woord, in stede voor de mogelijkheid van maatschappelijke ontwikkeling te zorgen, die zelve in de hand nemen wil.
Voor een deel kan je hier het verhaal van de huidige VVD wel in herkennen. De nadruk op de autonomie van het individu dat niet belemmert mag worden in zijn ontplooiing is een kenmerk van het liberalisme dat we ook terugvinden bij de VVD. De nadruk op de vrije markt die zijn werk moet doen ook. Hij had echter, meer dan de VVD, ook oog voor de onderkant van de samenleving;
Druk de arbeider, dwing hem zich met het meest onmisbare te vergenoegen en gij zult zijn ijver, de lust om zijn toestand te verbeteren, uitdoven.
Stel hem daarentegen tot genietingen boven zijn volstrekte behoefte in staat, en gij zult zijn kracht verhogen, zijn vlijt verdubbelen, en de grond leggen tot algemene beschaving en ontwikkeling van de maatschappij.
Thorbecke was dus van mening dat, wilde een mens floreren en een nuttig lid van deze samenleving kunnen zijn, hij over een bestaansminimum moest beschikken dat boven het niveau van de eerste levensbehoeften ligt. Hij dacht daarbij natuurlijk niet aan mensen met een uitkering. Die bestonden in die tijd niet. Er was nog geen verzorgingsstaat. Hij dacht aan arbeiders. Daarin verschilde hij niet van de socialisten. Als we als algemeen uitgangspunt nemen dat een mens over een bestaansminimum moet beschikken dat boven het niveau van de eerste levensbehoeften ligt wil hij kunnen floreren, dan geldt dit echter ook voor de huidige minima. Thorbecke zou in deze tijd de mensen met een uitkering niet laten stikken. Volgens zijn gedachtegoed moet een fatsoenlijk bestaansminimum gegarandeerd zijn. De VVD, die als liberale partij in de traditie van Thorbecke zou moeten staan, lijkt eerder de tegenovergestelde mening te zijn toegedaan. De VVD meent dat het keihard snoeien in de uitkeringen mensen met een uitkering wel zal stimuleren om de arbeidsmarkt op te gaan. Uitkeringsgerechtigden hebben het volgens de VVD kennelijk te goed. Het is nu al moeilijk om van een uitkering rond te komen. Door de uitkeringen te verlagen zullen de mensen met een uitkering alleen maar dieper de armoede worden ingedreven. Er zullen meer mensen bij de voedselbank terecht komen. Mensen worden alleen maar moedeloos van armoede, ze worden er niet door gemotiveerd. Om met Thorbecke te spreken; ; 'zijn ijver, de lust om zijn toestand te verbeteren, [zal] uitdoven.' Het zorgt er alleen maar voor dat de mensen die toch al in de marge van de samenleving leven, zich nog meer in de steek gelaten voelen en zich nog meer van de samenleving af zullen keren.
Ook op andere punten lijkt het er sterk op dat de VVD van Rutte het gedachtegoed van Thorbecke verraadt. Thorbecke waarschuwde er voor dat het algemeen belang niet moest worden opgeofferd aan het partijbelang. Rutte heeft dit gedaan door te kiezen voor een minderheidscoalitie met het CDA en een bizarre gedoogconstructie met de PVV, wat men niet anders kan zien dan als een staatsrechtelijk monstrum. Alle andere mogelijke coalities heeft Rutte doelbewust onmogelijk gemaakt. Zijn rechtse hobby, een rechtse regering, moest er koste wat het kost doorgedrukt worden.
Niets discrediteert de vertegenwoordiging en de parlementaire regeringsvorm meer, dan wanneer men ziet, dat algemeen belang aan persoonlijke partijzucht wordt opgeofferd.
Het ondermijnt het vertrouwen in de politiek. Gelukkig kunnen wij kiezers politici die zo handelen bij de volgende verkiezingen naar huis sturen. Rutte heeft er ook voor gekozen om te regeren met de kleinst mogelijke meerderheid, zo het al een meerderheid genoemd mag worden. Met een beetje goede wil kan je zeggen dat hij de numerieke meerderheid heeft, hij heeft immers de meeste zeteltjes. Het is de vraag of hij ook de morele meerderheid heeft. Dat lijkt mij niet het geval te zijn. Een regering die afhangt van de steun van een partij als de PVV kan nooit de morele meerderheid hebben.
Komt het op numeriek meerderheid, en nog wel van één of een paar stemmen, dan op morele meerderheid aan?
Kan een ministerie met enige stemmen meerderheid tegen een morele meerderheid regeren?
Het kabinet van Rutte steunt op de kleinst mogelijke meerderheid van één zetel. Zijn coalitie van VVD en CDA heeft 52 zetels en dus geen meerderheid in de tweede kamer. Het is dus formeel een minderheidskabinet. Het kabinet moet het hebben van de gedoogsteun van de PVV, een partij met een bruin luchtje. Met de gedoogsteun van de PVV komen ze aan de krapst mogelijke meerderheid van 76 zetels. De meerderheid van de stemmen hebben ze niet. Dat ze aan de meerderheid in zetelaantallen komen heeft uitsluitend te maken met de verdeling van restzetels. Als alle linkse partijen een lijstverbinding met elkaar waren aangegaan, dan had dit kabinet geen meerderheid gehad. Wilders schermt graag met zijn anderhalf miljoen kiezers. Die zouden we moeten respecteren. De overgrote meerderheid van de kiezers heeft dus niet op Wilders gestemd en een groot aantal van deze mensen walgt van Wilders. Dit kabinet ontbeert draagvlak. Er hoeft maar een kamerlid weg te lopen uit een van de regerende partijen of uit de fractie van de gedoogpartij PVV of het kabinet is haar meerderheid kwijt.
Veel mensen keren zich met recht op morele gronden tegen de PVV en willen niet dat deze partij deelneemt aan het kabinet en ook niet dat deze partij het kabinet gedoogt. Een partij die de fundamenten van de rechtsstaat ondermijnt hoort niet in een kabinet en ook geen kabinet afhankelijk te maken van de gedoogsteun van die partij. De PVV ondermijnt de rechtsstaat onder meer door de discriminatie van moslims. Dit ondermijnt de vrijheid van godsdienst. De vrijheid van godsdienst is een grondrecht. De grondrechten vormen het fundament van onze rechtsstaat. Wie daar aan morrelt, morrelt aan onze rechtsstaat. Oud-premier Lubbers zei het als volgt;
‘Vrijheid van godsdienst – ook van de Islam dus – en geen discriminatie op basis van geloofs- of levensovertuiging behoren wezenskenmerken te blijven van onze rechtsstaat. Daarover mag geen begin van twijfel ontstaan.’
Rutte verliest door in zee te gaan met de PVV de morele meerderheid. Thorbecke zei het als volgt;
Dat het Ministerie de numerieke meerderheid had en behield, zou luttel waarde hebben, zoo ze niet de morele meerderheid tot grond had; de morele meerderheid, welke de Minister, al is hij niet uit de andere voortgekomen, bezit, wanneer de waarheid, het regt, de eischen eener noodzakelijk geworden ontwikkeling aan zijne zijde zijn; wanneer hetgeen hij wil, zijn stelsel, zijn beleid eene bezielende magt worden.
Rutte heeft duidelijk de waarheid en het recht niet aan zijn zijde. Het kabinet komt ook niet voort uit de eisen van een noodzakelijke ontwikkeling. Rutte draagt hierdoor bij aan het ondermijnen van de rechtsstaat;
De constitutionele Monarchie is aan misbruik en bederf onderhevig, voor zooveel zij niet in alle omstandigheden een volkomen waarborg aanbiedt voor het regte gebruik van de regeermagt of van de vrijheid.
Het juiste gebruik van de regeermacht en de vrijheid is onder Rutte duidelijk aan misbruik en bederf onderhevig.
Het is duidelijk dat Rutte de erfenis van Thorbecke verkwanselt en hij zich geen echte liberaal mag noemen. Hij gooit de grondslag van de Nederlandse staat te grabbel. Alles waar we als Nederland trots op mogen zijn en liberalen als Thorbecke dankbaar voor mogen zijn.,wordt achteloos ter zijde geschoven. Dit is de VVD onwaardig. Rutte moest zich schamen. We moeten Rutte hier op aan blijven spreken; Thorbecke is van ons allemaal.
Johan Rudolf Thorbecke werd op 14 februari 1798 geboren als zoon van een tabakshandelaar. Zijn familie kwam oorspronkelijk uit Duitsland, maar de Thorbecke's hadden zich sinds de zeventiende eeuw in Zwolle gevestigd. Ondanks het feit dat zijn ouders het niet breed hadden, kreeg hij alle kans om zijn intelligentie te ontwikkelen. Zijn ouders hebben hem altijd gestimuleerd om door te leren.Van een predikant leerde hij Latijn en Grieks, waardoor Thorbecke de Latijnse school (een voorloper van het gymnasium) al na korte tijd kan verlaten. In 1815 gaat Thorbecke klassieke letteren studeren in Amsterdam. Vanaf 1818 zet hij zijn studie voort in Leiden. In 1820 zal hij promoveren op een dissertatie over de Romeinse redenaar Asinius Pollio.
Na zijn promotie vertrok hij naar Duitsland om daar te gaan werken als privaat-docent. Dat was in die tijd niet ongebruikelijk. Deze periode was belangrijk voor zijn geestelijke vorming. Hij kwam er in aanraking met het Duitse idealisme. Dat was in die tijd een populaire filosofische stroming. Door geldzorgen moest hij weer terug naar Nederland. In 1825 werd jij bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Gent. Als gevolg van de Belgische opstand in 1830 moest hij de stad verlaten. Een jaar later werd Thorbecke benoemd tot hoogleraar diplomatie en moderne geschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Hier zou hij onder andere college geven over de grondwet. In 1839 publiceerde hij 'Aanteekening op de Grondwet '. Dit zou een aanzet zijn tot een debat over de grondwet zoals die op dat moment bestond.
In 1836 trouwde Thorbecke met Adelheid Sorger. Zij was negentien jaar jonger dan Thorbecke. In dat jaar kocht hij een huis aan de Garenmarkt. Hij woonde op de Garenmarkt 9. Hij is daar tot 1850 blijven wonen. Thorbecke was iemand die zijn onafhankelijkheid koesterde. Hij maakte op zijn omgeving een koele, hooghartige en ongenaakbare indruk. Hij bleek in intieme kring echter een warme persoonlijkheid. Hij hield van wijn, sigaren en muziek- met name van Mozart en Beethoven.
In 1840 werd hij lid van de zogenaamde dubbele kamer. Tussen 1844 en 1845 was hij lid van de tweede kamer. Hier nam hij het initiatief tot herziening van de grondwet. Hij deed dat samen met acht andere kamerleden (de Negenmannen). Het voorstel werd niet in behandeling genomen. De voorstellen werden 'on-Nederlands' genoemd. Het maakte wel veel discussie los. In 1853, 1863 en 1872 ontving Thorbecke doodsbedreigingen van onbekenden. In het laatste geval was dat in reactie op de mogelijke invoering van een inkomstenbelasting.
In 1848 kwam die nieuwe grondwet er toch. Thorbecke was in dat revolutiejaar aangesteld als voorzitter van de Grondwetscommissie. Koning Willem II was geschrokken van de woelingen in het buitenland. 1848 was niet toevallig het jaar waarin Karl Marx en Friedrich Engels het Communistisch Manifest schreven. In dat jaar waarde er een spook door Europa, zoals Marx schreef. In heel Europa was er sprake van een revolutionaire stemming. In Frankrijk brak de Februarirevolutie uit. Frankrijk werd weer een republiek. Als reactie hierop brak er in Oostenrijk en Hongarije de Maartrevolutie uit. Ook in de Duitse landen heerste een revolutionaire stemming. In heel Europa was het onrustig.De gevestigde machten sidderden. Willem II had goed door dat de zaken niet bij het oude konden blijven. Dat hij met het aanstellen van de Commissie zijn ministers passeerde scheen niet terzake te doen. Zijn hervormingsdrift leek niet voort te komen uit een passie voor het staatsrecht. Hij was er meer op uit om zijn hachje te redden.
De nieuwe grondwet betekende een grote vooruitgang. Er kwamen rechtstreekse verkiezingen. Daarnaast kwam er de ministeriële verantwoordelijkheid en werden de parlementaire bevoegdheden uitgebreid. Het algemene kiesrecht gold alleen nog voor mannen. Vrouwen zouden pas in 1917 kiesrecht krijgen. Met deze grondwet was Nederland eindelijk een moderne staat geworden.
Thorbecke heeft leiding gegeven aan drie kabinetten. Thorbecke was in zijn kabinetten minister van binnenlandse zaken. Daar viel een zeer breed takenpakket onder; binnenlands bestuur, landbouw, handel en nijverheid, armenzorg, onderwijs, waterstaat en volksgezondheid vielen hieronder. De post van minister-president bestond nog niet in zijn tijd.
In het eerste kabinet dat duurde van 1849 tot 1853 had hij constant conflicten met koning Willem II. Zijn tweede kabinet dat zat van 1862 tot 1866 stond vooral in het teken van de infrastructuur. In deze tijd werd het Noordzeekanaal gegraven. Thorbecke was niet bij iedereen populair. In deze periode ontving hij een doodsbedreiging per brief. Wat dat betreft is er dus niets nieuws onder de zon.
Het laatste kabinet Thorbecke duurde van 4 januari 1871 tot 6 juni 1872, de dag dat Thorbecke stierf. In zijn laatste kabinetsperiode had Thorbecke aan Aletta Jacobs als eerste vrouw toestemming gegeven om aan een universiteit te studeren. Dit had hij vijf dagen voor zijn dood nog geregeld.
Thorbecke was een van de grootste staatsmannen die ons land ooit heeft gekend. De grondwet van 1848 is het fundament van onze rechtsstaat. Er zijn later enige wijzigingen aangebracht, maar in grote lijnen is onze grondwet nog steeds dezelfde als die van 1848 . In 1983 heeft de laatste wijziging van de grondwet plaatsgevonden. Het huidige artikel 1, waarin discriminatie wordt verboden, werd toen aan de grondwet toegevoegd. Dit artikel is eigenlijk een logische toevoeging aan de grondwet zoals die bestond. Aan het fundament van onze rechtsstaat kan en mag niet zomaar getornd worden.
Het liberalisme van Thorbecke was geworteld in het Duitse idealisme. Een van de kenmerken van het Duitse idealisme is dat het uitgaat van een analyse van de historische ontwikkeling. Een van de belangrijkste voormannen van het Duitse idealisme is Hegel. Hegel wilde alle kennis in een totaalconcept verenigen. Wetenschap, esthetica, godsdienst en filosofie moesten samenkomen in een groot systeem. De werkelijkheid was in zijn ogen niet statisch, maar de uitkomst van een continu dynamisch proces waarbij nieuwe tegenstellingen telkens weer worden opgeheven. Dit proces noemde Hegel dialectiek. Filosofie was voor Hegel 'haar tijd in gedachten vervat'. Kennis is dus bij Hegel gebonden aan de culturele context en de historische situatie. Kennis is dus niet absoluut. Kennis ontwikkelt zich door tegenstellingen die worden opgeheven. Dus eigenlijk door discussie. Zo bezien kan je het Duits idealisme zien als een basis voor het liberalisme. Niet iedereen zal dit zo zien, maar dit is de manier waarop Thorbecke het zag. Liberalisme gaat ervan uit dat niemand zeker weet wat het goede leven is. Mensen hebben daar verschillende visies op en vullen dat op hun eigen manier in. Daarom moeten vrijgelaten worden om hun leven te leiden zoals ze willen, zolang ze anderen maar niet in hun vrijheid belemmeren (zoals een Amerikaanse rechter zei;'de vrijheid om met je vuist te zwaaien wordt beperkt door de neus van je buurman.') Het is niet aan de staat om in te grijpen voor je eigen bestwil. De VVD noemt zich een liberale partij en ziet zich graag als de erfgenaam van Thorbecke. Laten we eens kijken naar het liberalisme van Thorbecke en laten we kijken naar wat we daarvan terugvinden bij de VVD. Het liberalisme van Thorbecke wordt duidelijk uit een citaat als het volgende;
Liberaal regeren, dat is regeren overeenkomstig de natuurwet, die aan elk wezen een bijzondere bestemming en een eigen scheppingsvermogen heeft toegekend; dat is de algemene voorwaarden verzekeren, onder welke aan alle leden van de staat het zelfstandig handelen, naar de mate van ieders aanleg mogelijk wordt.
Het is niet liberaal, wanneer een regering de ontwikkeling van arbeid en kapitaal, of hun meest vrije en vruchtbare besteding tegenhoudt; wanneer zij een richting zoekt te geven aan hetgeen zijn weg zelf moet vinden; wanneer zij met één woord, in stede voor de mogelijkheid van maatschappelijke ontwikkeling te zorgen, die zelve in de hand nemen wil.
Voor een deel kan je hier het verhaal van de huidige VVD wel in herkennen. De nadruk op de autonomie van het individu dat niet belemmert mag worden in zijn ontplooiing is een kenmerk van het liberalisme dat we ook terugvinden bij de VVD. De nadruk op de vrije markt die zijn werk moet doen ook. Hij had echter, meer dan de VVD, ook oog voor de onderkant van de samenleving;
Druk de arbeider, dwing hem zich met het meest onmisbare te vergenoegen en gij zult zijn ijver, de lust om zijn toestand te verbeteren, uitdoven.
Stel hem daarentegen tot genietingen boven zijn volstrekte behoefte in staat, en gij zult zijn kracht verhogen, zijn vlijt verdubbelen, en de grond leggen tot algemene beschaving en ontwikkeling van de maatschappij.
Thorbecke was dus van mening dat, wilde een mens floreren en een nuttig lid van deze samenleving kunnen zijn, hij over een bestaansminimum moest beschikken dat boven het niveau van de eerste levensbehoeften ligt. Hij dacht daarbij natuurlijk niet aan mensen met een uitkering. Die bestonden in die tijd niet. Er was nog geen verzorgingsstaat. Hij dacht aan arbeiders. Daarin verschilde hij niet van de socialisten. Als we als algemeen uitgangspunt nemen dat een mens over een bestaansminimum moet beschikken dat boven het niveau van de eerste levensbehoeften ligt wil hij kunnen floreren, dan geldt dit echter ook voor de huidige minima. Thorbecke zou in deze tijd de mensen met een uitkering niet laten stikken. Volgens zijn gedachtegoed moet een fatsoenlijk bestaansminimum gegarandeerd zijn. De VVD, die als liberale partij in de traditie van Thorbecke zou moeten staan, lijkt eerder de tegenovergestelde mening te zijn toegedaan. De VVD meent dat het keihard snoeien in de uitkeringen mensen met een uitkering wel zal stimuleren om de arbeidsmarkt op te gaan. Uitkeringsgerechtigden hebben het volgens de VVD kennelijk te goed. Het is nu al moeilijk om van een uitkering rond te komen. Door de uitkeringen te verlagen zullen de mensen met een uitkering alleen maar dieper de armoede worden ingedreven. Er zullen meer mensen bij de voedselbank terecht komen. Mensen worden alleen maar moedeloos van armoede, ze worden er niet door gemotiveerd. Om met Thorbecke te spreken; ; 'zijn ijver, de lust om zijn toestand te verbeteren, [zal] uitdoven.' Het zorgt er alleen maar voor dat de mensen die toch al in de marge van de samenleving leven, zich nog meer in de steek gelaten voelen en zich nog meer van de samenleving af zullen keren.
Ook op andere punten lijkt het er sterk op dat de VVD van Rutte het gedachtegoed van Thorbecke verraadt. Thorbecke waarschuwde er voor dat het algemeen belang niet moest worden opgeofferd aan het partijbelang. Rutte heeft dit gedaan door te kiezen voor een minderheidscoalitie met het CDA en een bizarre gedoogconstructie met de PVV, wat men niet anders kan zien dan als een staatsrechtelijk monstrum. Alle andere mogelijke coalities heeft Rutte doelbewust onmogelijk gemaakt. Zijn rechtse hobby, een rechtse regering, moest er koste wat het kost doorgedrukt worden.
Niets discrediteert de vertegenwoordiging en de parlementaire regeringsvorm meer, dan wanneer men ziet, dat algemeen belang aan persoonlijke partijzucht wordt opgeofferd.
Het ondermijnt het vertrouwen in de politiek. Gelukkig kunnen wij kiezers politici die zo handelen bij de volgende verkiezingen naar huis sturen. Rutte heeft er ook voor gekozen om te regeren met de kleinst mogelijke meerderheid, zo het al een meerderheid genoemd mag worden. Met een beetje goede wil kan je zeggen dat hij de numerieke meerderheid heeft, hij heeft immers de meeste zeteltjes. Het is de vraag of hij ook de morele meerderheid heeft. Dat lijkt mij niet het geval te zijn. Een regering die afhangt van de steun van een partij als de PVV kan nooit de morele meerderheid hebben.
Komt het op numeriek meerderheid, en nog wel van één of een paar stemmen, dan op morele meerderheid aan?
Kan een ministerie met enige stemmen meerderheid tegen een morele meerderheid regeren?
Het kabinet van Rutte steunt op de kleinst mogelijke meerderheid van één zetel. Zijn coalitie van VVD en CDA heeft 52 zetels en dus geen meerderheid in de tweede kamer. Het is dus formeel een minderheidskabinet. Het kabinet moet het hebben van de gedoogsteun van de PVV, een partij met een bruin luchtje. Met de gedoogsteun van de PVV komen ze aan de krapst mogelijke meerderheid van 76 zetels. De meerderheid van de stemmen hebben ze niet. Dat ze aan de meerderheid in zetelaantallen komen heeft uitsluitend te maken met de verdeling van restzetels. Als alle linkse partijen een lijstverbinding met elkaar waren aangegaan, dan had dit kabinet geen meerderheid gehad. Wilders schermt graag met zijn anderhalf miljoen kiezers. Die zouden we moeten respecteren. De overgrote meerderheid van de kiezers heeft dus niet op Wilders gestemd en een groot aantal van deze mensen walgt van Wilders. Dit kabinet ontbeert draagvlak. Er hoeft maar een kamerlid weg te lopen uit een van de regerende partijen of uit de fractie van de gedoogpartij PVV of het kabinet is haar meerderheid kwijt.
Veel mensen keren zich met recht op morele gronden tegen de PVV en willen niet dat deze partij deelneemt aan het kabinet en ook niet dat deze partij het kabinet gedoogt. Een partij die de fundamenten van de rechtsstaat ondermijnt hoort niet in een kabinet en ook geen kabinet afhankelijk te maken van de gedoogsteun van die partij. De PVV ondermijnt de rechtsstaat onder meer door de discriminatie van moslims. Dit ondermijnt de vrijheid van godsdienst. De vrijheid van godsdienst is een grondrecht. De grondrechten vormen het fundament van onze rechtsstaat. Wie daar aan morrelt, morrelt aan onze rechtsstaat. Oud-premier Lubbers zei het als volgt;
‘Vrijheid van godsdienst – ook van de Islam dus – en geen discriminatie op basis van geloofs- of levensovertuiging behoren wezenskenmerken te blijven van onze rechtsstaat. Daarover mag geen begin van twijfel ontstaan.’
Rutte verliest door in zee te gaan met de PVV de morele meerderheid. Thorbecke zei het als volgt;
Dat het Ministerie de numerieke meerderheid had en behield, zou luttel waarde hebben, zoo ze niet de morele meerderheid tot grond had; de morele meerderheid, welke de Minister, al is hij niet uit de andere voortgekomen, bezit, wanneer de waarheid, het regt, de eischen eener noodzakelijk geworden ontwikkeling aan zijne zijde zijn; wanneer hetgeen hij wil, zijn stelsel, zijn beleid eene bezielende magt worden.
Rutte heeft duidelijk de waarheid en het recht niet aan zijn zijde. Het kabinet komt ook niet voort uit de eisen van een noodzakelijke ontwikkeling. Rutte draagt hierdoor bij aan het ondermijnen van de rechtsstaat;
De constitutionele Monarchie is aan misbruik en bederf onderhevig, voor zooveel zij niet in alle omstandigheden een volkomen waarborg aanbiedt voor het regte gebruik van de regeermagt of van de vrijheid.
Het juiste gebruik van de regeermacht en de vrijheid is onder Rutte duidelijk aan misbruik en bederf onderhevig.
Het is duidelijk dat Rutte de erfenis van Thorbecke verkwanselt en hij zich geen echte liberaal mag noemen. Hij gooit de grondslag van de Nederlandse staat te grabbel. Alles waar we als Nederland trots op mogen zijn en liberalen als Thorbecke dankbaar voor mogen zijn.,wordt achteloos ter zijde geschoven. Dit is de VVD onwaardig. Rutte moest zich schamen. We moeten Rutte hier op aan blijven spreken; Thorbecke is van ons allemaal.
dinsdag 19 oktober 2010
De onversneden wijn der vrijheid
Het lijkt er niet best voor te staan met de democratie in Nederland. Het politieke landschap is gefragmenteerd. Schreeuwerige populisten voeren steeds meer de boventoon. Een belangrijk deel van de bevolking voelt zich vervreemd van de politiek. Ed van Thijn heeft de huidige situatie van Nederland wel vergeleken met die van de Weimarrepubliek. Van Thijn: “Er zijn historische voorbeelden te noemen van democratieën die zichzelf opblazen zoals de Weimarrepubliek. Daar stemden de coalities op vleugelpartijen, waardoor er geen coalities meer te vormen waren. Daar was ik altijd bang voor en het is zuur dat het nu werkelijkheid dreigt te worden.”
Van Thijn lijkt gelijk te krijgen. Ook in ons land is er nog nauwelijks een coalitie te vormen. Het heeft er alle schijn van dat we een uiterst wankel kabinet krijgen dat in de kamer slechts kan rekenen op de kleinst mogelijke meerderheid. De overlevingskansen van het kabinet Rutte-Verhagen lijken uiterst gering. Het CDA was, wat je verder van het CDA moge vinden, een stabiele factor in het centrum van de Nederlandse politiek. Het CDA is thans geïmplodeerd. Imploderende sterren laten zwarte gaten achter. Het CDA heeft een groot zwart gat achtergelaten in het centrum van de politiek. Er is op dit moment geen enkele partij die de rol van middenpartij van het CDA zou kunnen overnemen. Alle grote partijen zijn al een aantal verkiezingen op rij aan het slinken. Alleen dat al maakt het moeilijk om een voldoende kritische massa te komen om een stabiel centrum te komen. De politieke agenda wordt niet meer bepaald door het centrum, maar door een schreeuwerige minderheid van populisten op de extreem-rechtse flank van de politiek. Eerder had het electoraat zijn heil gezocht op de linkerklank bij de niet minder populistische SP. Het land lijkt onbestuurbaar te worden. Een machtsvacuüm kan nooit lang voort blijven bestaan.Vroeg of laat zal dit vacuüm gevuld worden door tirannen en dictators. Dat heeft de geschiedenis ons wel geleerd. Er moet dus iets gebeuren.
Onze democratie is ziek. Voor dat we de patiënt gaan behandelen, moeten we eerst de diagnose stellen. Een aantal symptomen hebben we al genoemd. We moeten nu vaststellen wat de oorzaken zijn en hoe we het ziektebeeld het beste kunnen omschrijven. Laten we ons eerst afvragen of ons probleem een specifiek Nederlands probleem is. Dat lijkt niet het geval te zijn. Het lijkt erop dat de hele Westerse wereld in min of meerdere mate met dezelfde soort problemen te kampen heeft. Dat zou er op kunnen wijzen dat de ziekte heel ernstig is en dat de rot tot in de diepste wortels van onze beschaving zit. Misschien is een genezing niet meer mogelijk en staan we aan de vooravond van wat Oswald Spengler de ondergang van het Avondland noemde.
Beschaving is meer dan democratie. Wanneer onze hele beschaving ziek is, dan zou het kunnen dat de democratie zelf de oorzaak is van het probleem. Dat zou in ieder geval de analyse zijn van filosofen als Plato en Aristoteles. Democratie heeft de neiging om te ontaarden en te vervallen in tirannie. Volgens Plato zal 'de onverzadelijke begeerte naar wat de democratie als hààr goed beschouwt, […] eveneens haar ondergang bewerken.' Dat hoogste goed is de vrijheid. Door de onverzadelijke behoefte en de verwaarlozing van de rest, zou de democratie vanzelf in een dictatuur ontaarden. Leiders die niets en onderdanen die alles te zeggen hebben; dat is de formule van de democratie. Plato voorzag een ondermijning van het gezag. We willen alle vrijheid an dulden geen enkele inperking van die vrijheid. We zwelgen, volgens Plato, aan de onversneden wijn der vrijheid.
Autoriteiten zouden geen erkenning meer krijgen. We zien dat wetenschappers bijvoorbeeld nog maar weinig gezag hebben in onze samenleving. We zagen het in discussies omtrent de vaccinatie tegen de Mexicaanse griep en de discussies omtrent het broeikaseffect. Een willekeurige weblog van een huisvrouw heeft voor veel burgers net zo veel gezag als een gedegen wetenschappelijk rapport. Plato voorzag ook onze huidige cultus van de jeugd;
Jonge snuiters staan helemaal op gelijke voet met bejaarde mensen en nemen het tegen hen op in woord en daad. En de oude mensen passen zich aan bij de jeugd en putten zich uit in grapjes en scherts. Om toch maar niet de indruk van kniezerigheid en bazigheid te verwekken, gaan ook zij de jeugd na-apen.
De mensen raken lichtgeraakt. 'Iemand hoeft ze maar een schijn van dwang proberen op te leggen, en ze gaan aan het gisten.' Dit is een heel herkenbaar beeld in deze tijd waarin we lijden onder de dictatuur van de opgestoken middelvinger. Teveel vrijheid leidt tot ondermijning van diezelfde vrijheid. Volgens Plato ontstaat de democratie als de armen in opstand komen tegen de rijken en de macht overnemen. De volksmassa is niet toegerust om de verantwoordelijkheid van de macht te dragen. Een dergelijke samenleving moet dus wel ontsporen. Ik geloof niet dat deze analyse juist is.
De onlangs overleden Tony Judt maakt een andere analyse. De crisis in onze beschaving en democratie komt volgens hem door de afbrak van de verzorgingsstaat die sinds de jaren zeventig aan de gang is. Daardoor zouden het fatsoen en het vertrouwen in de samenleving verdwijnen. De solidariteit is uit onze samenleving verdwenen. In een samenleving waar we worden beschouwd als egoïstische individuen zullen we ons ook als zodanig gedragen. Het uiteindelijke resultaat lijkt sterk op het beeld dat Plato schetst. De oorzaak is bij Judt een andere. Het lijkt er op dat Marx gelijk had en er een klassenstrijd heeft plaatsgevonden. De rijken hebben hem gewonnen. Of Judt helemaal gelijk heeft weet ik niet, maar hij wijst zeker op een paar zeer wezenlijke problemen.
We hebben nu twee diagnoses die allebei verschillende oorzaken van de ziekte van onze democratie en beschaving vaststellen. Maakt dat nog een verschil uit voor de behandeling? Daar lijkt het wel op. Plato schrijft een paardenmiddel voor. Hij wil de democratie afschaffen en de staat laten leiden door koning-filosofen. Op deze wijze zou de beschaving gered kunnen worden. Het lijkt mij dat de patiënt aan de behandeling zou overlijden.
Judt lijkt niet echt goed te weten hoe de patiënt behandelt moet worden. We moeten van hem bozer zijn over wat we hebben verloren en het sociaal-democratische vertoog gebruiken als tegenwicht tegen het neo-liberalisme. Het is de vraag of dat zal helpen. Is de verzorgingsstaat nog wel te redden in een geglobaliseerde economie?
Het verhaal van Judt kan ook niet het hele verhaal zijn. De deplorabele toestand van onze beschaving en onze democratie kan niet allen te wijten zijn aan de afbraak van de verzorgingsstaat. Het gebrek aan solidariteit ging vooraf aan de afbraak van de verzorgingsstaat. De burger heeft vanaf het tijdperk van Reagan en Thatcher een duidelijke keuze gemaakt voor deze afbraak. Plato lijkt toch meer gelijk te krijgen dan Judt. De onversneden wijn der vrijheid heeft ons dronken gemaakt. Nu zitten we met de kater.
Van Thijn lijkt gelijk te krijgen. Ook in ons land is er nog nauwelijks een coalitie te vormen. Het heeft er alle schijn van dat we een uiterst wankel kabinet krijgen dat in de kamer slechts kan rekenen op de kleinst mogelijke meerderheid. De overlevingskansen van het kabinet Rutte-Verhagen lijken uiterst gering. Het CDA was, wat je verder van het CDA moge vinden, een stabiele factor in het centrum van de Nederlandse politiek. Het CDA is thans geïmplodeerd. Imploderende sterren laten zwarte gaten achter. Het CDA heeft een groot zwart gat achtergelaten in het centrum van de politiek. Er is op dit moment geen enkele partij die de rol van middenpartij van het CDA zou kunnen overnemen. Alle grote partijen zijn al een aantal verkiezingen op rij aan het slinken. Alleen dat al maakt het moeilijk om een voldoende kritische massa te komen om een stabiel centrum te komen. De politieke agenda wordt niet meer bepaald door het centrum, maar door een schreeuwerige minderheid van populisten op de extreem-rechtse flank van de politiek. Eerder had het electoraat zijn heil gezocht op de linkerklank bij de niet minder populistische SP. Het land lijkt onbestuurbaar te worden. Een machtsvacuüm kan nooit lang voort blijven bestaan.Vroeg of laat zal dit vacuüm gevuld worden door tirannen en dictators. Dat heeft de geschiedenis ons wel geleerd. Er moet dus iets gebeuren.
Onze democratie is ziek. Voor dat we de patiënt gaan behandelen, moeten we eerst de diagnose stellen. Een aantal symptomen hebben we al genoemd. We moeten nu vaststellen wat de oorzaken zijn en hoe we het ziektebeeld het beste kunnen omschrijven. Laten we ons eerst afvragen of ons probleem een specifiek Nederlands probleem is. Dat lijkt niet het geval te zijn. Het lijkt erop dat de hele Westerse wereld in min of meerdere mate met dezelfde soort problemen te kampen heeft. Dat zou er op kunnen wijzen dat de ziekte heel ernstig is en dat de rot tot in de diepste wortels van onze beschaving zit. Misschien is een genezing niet meer mogelijk en staan we aan de vooravond van wat Oswald Spengler de ondergang van het Avondland noemde.
Beschaving is meer dan democratie. Wanneer onze hele beschaving ziek is, dan zou het kunnen dat de democratie zelf de oorzaak is van het probleem. Dat zou in ieder geval de analyse zijn van filosofen als Plato en Aristoteles. Democratie heeft de neiging om te ontaarden en te vervallen in tirannie. Volgens Plato zal 'de onverzadelijke begeerte naar wat de democratie als hààr goed beschouwt, […] eveneens haar ondergang bewerken.' Dat hoogste goed is de vrijheid. Door de onverzadelijke behoefte en de verwaarlozing van de rest, zou de democratie vanzelf in een dictatuur ontaarden. Leiders die niets en onderdanen die alles te zeggen hebben; dat is de formule van de democratie. Plato voorzag een ondermijning van het gezag. We willen alle vrijheid an dulden geen enkele inperking van die vrijheid. We zwelgen, volgens Plato, aan de onversneden wijn der vrijheid.
Autoriteiten zouden geen erkenning meer krijgen. We zien dat wetenschappers bijvoorbeeld nog maar weinig gezag hebben in onze samenleving. We zagen het in discussies omtrent de vaccinatie tegen de Mexicaanse griep en de discussies omtrent het broeikaseffect. Een willekeurige weblog van een huisvrouw heeft voor veel burgers net zo veel gezag als een gedegen wetenschappelijk rapport. Plato voorzag ook onze huidige cultus van de jeugd;
Jonge snuiters staan helemaal op gelijke voet met bejaarde mensen en nemen het tegen hen op in woord en daad. En de oude mensen passen zich aan bij de jeugd en putten zich uit in grapjes en scherts. Om toch maar niet de indruk van kniezerigheid en bazigheid te verwekken, gaan ook zij de jeugd na-apen.
De mensen raken lichtgeraakt. 'Iemand hoeft ze maar een schijn van dwang proberen op te leggen, en ze gaan aan het gisten.' Dit is een heel herkenbaar beeld in deze tijd waarin we lijden onder de dictatuur van de opgestoken middelvinger. Teveel vrijheid leidt tot ondermijning van diezelfde vrijheid. Volgens Plato ontstaat de democratie als de armen in opstand komen tegen de rijken en de macht overnemen. De volksmassa is niet toegerust om de verantwoordelijkheid van de macht te dragen. Een dergelijke samenleving moet dus wel ontsporen. Ik geloof niet dat deze analyse juist is.
De onlangs overleden Tony Judt maakt een andere analyse. De crisis in onze beschaving en democratie komt volgens hem door de afbrak van de verzorgingsstaat die sinds de jaren zeventig aan de gang is. Daardoor zouden het fatsoen en het vertrouwen in de samenleving verdwijnen. De solidariteit is uit onze samenleving verdwenen. In een samenleving waar we worden beschouwd als egoïstische individuen zullen we ons ook als zodanig gedragen. Het uiteindelijke resultaat lijkt sterk op het beeld dat Plato schetst. De oorzaak is bij Judt een andere. Het lijkt er op dat Marx gelijk had en er een klassenstrijd heeft plaatsgevonden. De rijken hebben hem gewonnen. Of Judt helemaal gelijk heeft weet ik niet, maar hij wijst zeker op een paar zeer wezenlijke problemen.
We hebben nu twee diagnoses die allebei verschillende oorzaken van de ziekte van onze democratie en beschaving vaststellen. Maakt dat nog een verschil uit voor de behandeling? Daar lijkt het wel op. Plato schrijft een paardenmiddel voor. Hij wil de democratie afschaffen en de staat laten leiden door koning-filosofen. Op deze wijze zou de beschaving gered kunnen worden. Het lijkt mij dat de patiënt aan de behandeling zou overlijden.
Judt lijkt niet echt goed te weten hoe de patiënt behandelt moet worden. We moeten van hem bozer zijn over wat we hebben verloren en het sociaal-democratische vertoog gebruiken als tegenwicht tegen het neo-liberalisme. Het is de vraag of dat zal helpen. Is de verzorgingsstaat nog wel te redden in een geglobaliseerde economie?
Het verhaal van Judt kan ook niet het hele verhaal zijn. De deplorabele toestand van onze beschaving en onze democratie kan niet allen te wijten zijn aan de afbraak van de verzorgingsstaat. Het gebrek aan solidariteit ging vooraf aan de afbraak van de verzorgingsstaat. De burger heeft vanaf het tijdperk van Reagan en Thatcher een duidelijke keuze gemaakt voor deze afbraak. Plato lijkt toch meer gelijk te krijgen dan Judt. De onversneden wijn der vrijheid heeft ons dronken gemaakt. Nu zitten we met de kater.
vrijdag 8 oktober 2010
zondag 3 oktober 2010
woensdag 1 september 2010
vrijdag 13 augustus 2010
Internationale linkshandigendag
Op vrijdag 13 augustus 1976 werd voor de eerste keer de internationale linkshandigendag georganiseerd. Er is bewust gekozen voor vrijdag de dertiende omdat dit een ongeluksdag zou zijn. Linkshandigen zouden vaker ongelukjes krijgen, vandaar. De internationale linkshandigendag valt sindsdien altijd op vrijdag 13 augustus. Vandaag is het dus weer zover. Moet ik hier als linkshandige blij mee zijn? Hebben we als linkshandigen een speciale dag nodig? Is er extra aandacht voor linkshandigheid nodig? Ik heb geen behoefte aan een uitzonderingspositie vanwege mijn linkshandigheid. Het is al erg genoeg dat ik in een uitzonderingspositie verkeer vanwege mijn Asperger. Ook daar zit ik eerlijk gezegd niet op te wachten. Ik heb niet graag dat men mij ziet als iemand met Asperger. Ik wil gezien worden als een individu met zijn individuele verdiensten, gebreken en eigenaardigheden. Tegelijkertijd brengt mijn Asperger, helaas, de nodige problemen met zich mee die serieus genomen moeten worden. Extra aandacht voor autisme-stoornissen is wat dat betreft noodzakelijk. Extra aandacht voor linkshandigheid lijkt me minder te rechtvaardigen. Linkshandigheid is geen gebrek, al is het soms lastig dat veel gebruiksvoorwerpen rechtshandig en niet linkshandig zijn. Daar valt echter goed mee te leven. Ik stel voor dat we niet langer van alles dat afwijkt van het gemiddelde een gebrek, ziekte of aandoening maken, en dat we leren inzien dat de mensheid in alle opzichten ongelooflijk divers is. Laten we de diversiteit vieren! Ik roep bij deze deze dag uit tot de dag van diversiteit.
Abonneren op:
Posts (Atom)