Posts tonen met het label GroenLinks. Alle posts tonen
Posts tonen met het label GroenLinks. Alle posts tonen
zondag 13 februari 2011
Campagne GroenLinks
Ik heb gisteren geflyerd voor GroenLinks in de binnenstad van Leiden. Wee hadden een kraampje bij de Hartebrugkerk op de Haarlemmerstraat. Dit is de belangrijkste winkelstraat van Leiden. Op zaterdag is het daar altijd erg druk. De reacties van het winkelende publiek waren wisselend. Natuurlijk waren er de mensen die sowieso niets van (Groen)Links willen weten. Sommigen hebben de behoefte om dat nadrukkelijk onder de aandacht te brengen. Dan zijn er de grapjassen. Voor de grapjassen onder u; ik vind het prima als u een grap maakt, maar kom dan alstublieft met een leuke en originele grap. Er is niets zo triest als een mislukte poging tot humor. Opmerkingen over GroenRechts zijn zelfs met de grootst mogelijke welwillendheid niet amusant te noemen. Zeker niet als je ze al tientallen keren hebt gehoord. Verder waren er mensen die afgeknapt waren op GroenLinks vanwege Kunduz. Heel erg begrijpelijk, toch is het jammer dat deze mensen zijn afgehaakt. Ik hoop dat we deze mensen kunnen terugwinnen voor GroenLinks. Het gaat hier toch om een deel van onze achterban die van ons vervreemd raakt. Verder waren er mensen die oprechte interesse hadden in de standpunten van GroenLinks en daarom graag een flyer wilden hebben. Sommigen hadden wel als commentaar dat het jammer was dat de informatie op de flyer zo summier was, al werd er wel verwezen naar een website met meer informatie. Ten slotte waren er de 'fans' van GroenLinks die graag een foldertje wilden om zich in hun keuze voor GroenLinks bevestigd te zien. Het was een geslaagde campagnedag, al wilde het weer helaas niet meewerken. We gingen verkleumd en verregend naar huis.
vrijdag 26 februari 2010
Waarom ik op 3 maart niet op GroenLinks stem
In 2006 heb ik op GroenLinks gestemd, zoals ik dat altijd deed. Deze keer zal ik dat beslist niet doen. De maat is vol. Er zijn voor mij twee doorslaggevende redenen om niet op GroenLinks te stemmen. De eerste heeft betrekking op de RijnGouweLijn. Ik heb op zich niets tegen deze lightrailverbinding. Sterker nog, ik ben er een voorstander van. Van mij had de RijnGouwelijn zelfs door de Breestraat mogen rijden. Bij het referendum heb ik voor gestemd. De meerderheid van de kiezers dacht er echter anders over. We hebben het hier over een ruime meerderheid van bijna 70%. Er lag dus een duidelijke uitspraak van de kiezer die niet zomaar genegeerd kan worden. Het college van B en W, waar GroenLinks deel van uitmaakt, deed dat echter wel. Dat is onacceptabel. De tweede reden is het drama rond de Vrijplaats Koppenhinksteeg. Vandaag is de Vrijplaats ontruimt om bijna voor niet weggegeven te worden aan de vastgoed-maffia. Het college dat na de verkiezingen was gevormd, had met de Vrijplaats afgesproken dat de Vrijplaats zou worden gelegaliseerd. GroenLinks maakte deel uit van dit college dat verder bestond uit PvdA,ChristenUnie en SP. Dit college hield, met dank aan de SP, niet lang stand. In december 2007 werd er een college gevormd met de PvdA, de VVD, het CDA en natuurlijk weer GroenLinks. Een nieuw college, een nieuw geluid. GroenLinks floot vrolijk mee, al was de toon volstrekt anders en klonk hij een beetje vals. Een kniesoor die daar op let. Zolang je maar op het pluche zit is er toch niets aan de hand? In dit nieuwe college zagen de VVD en het CDA hun kans schoon om eindelijk eens af te rekenen met dat vervelende krakerstuig van de Koppenhinksteeg. Dat er een bindende afspraak lag was lastig, maar deed niet ter zake. Je verzint een reden waarom je die afspraak niet na kunt komen, en je gooit de afspraak gewoon in de papierversnipperaar. GroenLinks is hier gewoon in meegegaan. Het zijn twee voorbeelden van bestuurlijke onbetrouwbaarheid. Het vertrouwen van de burger in de politiek kan hier alleen maar door geschaad worden. Dat is een slechte zaak die iedereen die de democratie een warm hart toedraagt zorgen zou moeten baren. Mijn vertrouwen in de GroenLinks afdeling Leiden is door deze zaken volledig verdwenen. GroenLinks heeft mijn vertrouwen beschaamt. Dit is niet waar ik GroenLinks als kiezer mijn mandaat voor heb gegeven. Deze keer gaat mijn stem naar D66. Er moet heel wat gebeuren voordat GroenLinks Leiden mijn vertrouwen weer terug heeft.
maandag 9 juni 2008
Zonder gelovigen geen democratie

06-06-2008 23:17 | Pieter Jan Dijkman Reformatorisch Dagblad
GroenLinksleider Halsema: „Ik heb er echt moeite mee dat gelovigen vaak opgejaagd wild zijn.”
GroenLinksleider Halsema onderschrijft, anders dan rechtse partijen, het publieke belang van religie. „Ik heb er echt moeite mee dat gelovigen vaak opgejaagd wild zijn.” Maar ze vindt het ook bezwaarlijk als religie het zelfbeschikkingsrecht en de emancipatie van het individu belemmert.
Boven het bureau van Femke Halsema hangt een gouden bikini. Cadeautje van de fractie. Een aanmoediging in de strijd tegen „christelijke betutteling” en een knipoog naar de ChristenUnie.
De Utrechtse gemeenteraadsfractie van de ChristenUnie maakte vorig jaar bezwaar tegen een metershoge reclameposter met een vrouw in gouden bikini in de historische binnenstad. Een paar dagen later reageerde GroenLinksfractieleider Halsema met een „ludieke actie”: ze vroeg de minister van Volksgezondheid om vanuit het oogpunt van gelijke behandeling een poster op te hangen van een man in gouden zwembroek.
Gelijkheid, zelfbeschikking, vrouwenemancipatie en tolerantie; het zijn de beginselen van Halsema. „Ik heb veel respect voor gelovigen”, zegt ze. En „religie hoort in de publieke ruimte.” Maar er zijn grenzen. Religie mag de emancipatie van het individu niet belemmeren.
Zelf is Halsema (1966) opgegroeid in een atheïstisch gezin, vertelt ze. „Mijn vader was zo iemand die als het woord geloof viel eens lekker een rondje ging mopperen.” In de politiek is ze „genuanceerder” over religie gaan denken. Ze had veel „goede gesprekken” met fractiegenoot Harrewijn, de in 2002 overleden ”rooie dominee”, en met Rouvoet. Sinds een paar jaar is ze lid van het Humanistisch Verbond.
Breed in de politiek, van de VVD tot de SP, klinkt de roep om religie te weren uit de publieke ruimte. Die roep lijkt alleen maar sterker te worden. Wat vindt u daarvan?
„Het heeft sterk te maken met de afkeer van de islam. Dat blijkt ook wel uit de voorbeelden: de hoofddoekjes, boerkini’s. Ik vind het onzin om, zoals de paarse regering, te zeggen dat religie alleen maar een privézaak mag zijn. Geloof inspireert en troost mensen. Het diaconaat is op veel plaatsen van grote waarde. En geloofsgemeenschappen hebben altijd een belangrijke samenbindende functie gehad, ook en vooral in de emancipatie van de eigen groep.
Neemt niet weg dat we geloofsgemeenschappen af en toe ook kritisch moeten bezien op hun publieke betekenis. Zeker als het gesloten gemeenschappen dreigen te worden die er juist toe bijdragen dat hun gelovigen minder kansen krijgen. Mijn kinderen gaan naar een school in onze zwarte woonwijk in Amsterdam. Islamitische klasgenootjes van mijn kinderen mogen soms niet bij ons thuis spelen omdat wij haram zijn, onrein. Ik vind zoiets zeer zorgelijk.”
Het beeld is: GroenLinks koppelt religie alleen maar aan negatieve uitwassen als onderdrukking, onvrijheid en ongelijkheid. Is dat terecht?
„Nee. Ik erken al jaren, als een van de weinige seculiere politici in de Tweede Kamer, dat religie een belangrijke rol speelt in het publieke domein. Ik heb zelfs eens het recht op orthodoxie verdedigd. Orthodoxe moslims willen geen hand van een vrouw schudden. Ik ben het niet eens met dat principe, maar ik kan en wil het niet verbieden; het hoort bij de vrijheid van religie. RPF-leider Van Dijke kreeg heel Nederland over zich toen hij het bestaan van homoseksuelen in één adem noemde met dieven. Ik was de enige seculiere politicus die het voor hem opnam. Zelf heb ik soms moeite met orthodoxe opvattingen. Maar ze horen wel bij het democratische debat.”
U stelde twee jaar geleden fundamentalistische moslims, fundamentalistische christenen in Amerika en de top van de Rooms-Katholieke Kerk op één lijn. „Dat is een as van religieus kwaad die de zeggenschap van vrouwen probeert terug te dringen”, zei u.
„Ik heb spijt van die uitspraak. Ik was kritisch over de pauselijke encycliek; een condoomverbod heeft bijvoorbeeld negatieve gevolgen voor derdewereldlanden. Ik bedoelde te zeggen: het is gevaarlijk als religieus dogmatisme wordt verward met wereldse macht. Daarbij heb ik me bediend van, zacht gezegd, al te bloemrijke taal en te grof taalgebruik. Dat heeft mensen op het verkeerde been gezet. Ik heb altijd respect gehad voor gelovigen. Ik schrok daarom dat ik nu opeens werd geschaard bij degenen die dat niet hebben.”
Halsema voerde in 1999 namens GroenLinks het woord tijdens het Kamerdebat over de euthanasiewet. Geloof gold in dat debat als scheidslijn. De confessionele fracties uitten hun bezwaren, de seculiere partijen waren voor.
GroenLinks-Kamerlid en dominee Harrewijn wond zich in zijn werkkamertje even verderop op over deze scheiding der geesten. „Jij moet”, had hij in de pauze van het debat tegen Halsema gezegd, „in de Kamer verdedigen dat ik en vele anderen juist om geloofsredenen vóór euthanasie pleiten.” Halsema kan het zich nog goed herinneren.
U lijkt zich in het politieke debat ongemakkelijk te voelen bij een beroep op religie. Waar heeft dat mee te maken?
„Met het geloof van het weten, zoals ik dat zou willen noemen, de ethische superioriteit. Ik accepteer dat een politicus zich bij zijn standpunt over euthanasie baseert op zijn geloof. Maar ik vind het bezwaarlijk als hij stelt: de Bijbel dicteert een euthanasieverbod. Daarmee zegt hij eigenlijk dat iemand met een ander standpunt inferieur is en dat er een causale relatie bestaat tussen de Bijbel en het politieke standpunt, terwijl het toch altijd om een bepaalde interpretatie van de Bijbel gaat. Mijn partij heeft altijd een scheiding aangebracht tussen geloof en moraal.”
Het geloof is voor christenpolitici een leidraad voor hun morele, politieke standpunten. Hoe kunnen religie en moraal nu worden gescheiden?
„Ethiek is mensenwerk. Zoals de rooms-katholieke theoloog Schillebeeckx eens zei: „Ethiek is gebaseerd op menswaardigheid en humaniteit. Wat je daarover zegt, is een persoonlijke keuze en daarbij mag je je niet op God beroepen. Ethiek is een menselijke consensus die ontstaat na veel en lang zoeken.””
Wat is precies uw bezwaar tegen een politicus die geloof en moraal niet uit elkaar kan en wil halen?
„Het is een niet-democratische manier van redeneren en het begin van geloofsdwang. Ja, inderdaad, niet-democratisch. Het democratische debat zou ik willen omschrijven als een eindje met elkaar wandelen. Je kijkt samen of de weg prettig is, en je besluit vervolgens om door te lopen of af te slaan. Geloof mag er niet toe leiden dat de argumenten van de ander niet meer worden gewogen omdat ze strijdig zijn met dat geloof. Religie moet altijd ruimte laten voor twijfel. Pas op dat moment is er sprake van een democratisch en serieus debat.”
Leidt dat niet feitelijk tot dezelfde gedachtegang als bij de VVD en de SP. Religie mag, maar wel achter de voordeur; religie mag, maar niet in de politiek?
„Nee. Ik zal nooit tegen de SGP of de ChristenUnie zeggen dat ze hun standpunt niet mogen onderbouwen vanuit hun geloof. Een christenpoliticus mag best z’n inspiratiebron benoemen. Als de waarheidsclaims zich maar beperken tot het geloof zelf; de kruisiging en opstanding van Christus bijvoorbeeld. Bij ethische en politieke kwesties, die aan de inrichting van de samenleving raken, kunnen we ons niet verschuilen achter God.”
De partij van Halsema zal na de zomer een nieuw beginselprogramma presenteren. In het huidige program, daterend van 1991, zijn woorden als „religie” en „godsdienst” bewust weggelaten. Christenen binnen GroenLinks willen religie in het nieuwe programma expliciet benoemen.
Wat vindt u daarvan?
„Ik zou het wel goed vinden als in ons beginselprogramma, naast de vrijheid van meningsuiting en de mogelijkheid om religie te bekritiseren, de vrijheid van religie wordt benoemd. Zeker in deze tijd zou dat heel zinvol zijn. Ik vind zo langzamerhand dat we moslims in de publieke sfeer wel wat beter zouden mogen beschermen. Ik heb er echt moeite mee dat gelovigen in ons land vaak opgejaagd wild zijn.”
U noemt moslims. Zou die betere bescherming ook voor christenen moeten gelden, zoals de trouwambtenaar die liever geen homohuwelijk voltrekt?
„Moslims en christenen hebben recht op bescherming; ze mogen zich vrijelijk uiten in het publieke domein zolang ze zich maar houden aan de wet. Ik heb er grote moeite mee als trouwambtenaren geen uitvoering aan de wet willen geven. Het homohuwelijk is geen triviaal ordeningsregeltje, het komt rechtstreeks voort uit ons gelijkheidsbeginsel en zegt heel veel over onze ordening van de samenleving.
De traditie van gewetensvrijheid is nooit absoluut geweest in Nederland. Zo gold bijvoorbeeld dat bij weigering van militaire dienst vervangend werk moest worden geregeld.
Binnen GroenLinks is het gevecht tegen gewetensdwang altijd heel belangrijk geweest. De PPR bijvoorbeeld, een van onze voorlopers, was altijd sterk verbonden met religiekritiek. De christenen binnen die partij vonden elkaar in hun kritiek op de clerus. Het past in onze traditie om te strijden tegen gewetensdwang. Uiteindelijk dient dat ook de bescherming van gelovigen zelf, bijvoorbeeld tegen een vorm van staatsatheïsme.”
Linkse verlegenheid in religiedebat
GroenLinks wil het religiedebat niet overlaten aan rechts. Vandaag confereert de achterban over ”Religie in de publieke ruimte” en de identiteit van de partij. Christenen willen in een nieuw beginselprogramma godsdienst als positieve factor in de samenleving benoemen.
Het zijn de rechtse politici die het religiedebat domineren. Wilders, Verdonk, Rutte. „Een hele slechte zaak”, zegt Erica Meijers, theoloog en hoofdredacteur van De Helling, het blad van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks. „GroenLinks gaat wel in tegen die politiek van angst. Maar er is geen expliciet beleid ontwikkeld op het punt van godsdienst in het publieke domein of de islam in het bijzonder. Er is een grote verlegenheid over dit thema.”
Wat is het antwoord van links? Vandaag organiseren De Helling en De Linker Wang, platform voor geloof en politiek, een symposium over die vraag. De verlegenheid lijkt samen te hangen met de verschillende tradities binnen GroenLinks.
Aan de ene kant heeft een smaldeel van de partij zich altijd nauw verbonden geweten met de verlichtingstraditie van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Vanuit die geesteshouding bestaat er grote huiver voor religie. GroenLinksvoorlopers PSP en CPN kenden lange tijd zelfs een diepgewortelde weerzin tegen de macht van de clerus. Geloof zal snel verdwijnen uit het publieke domein, de rede en het humanisme zullen zegevieren, zo dachten sommige pacifisten en communisten.
Een ander deel binnen de partij staat in de traditie van het religieus socialisme met figuren als Henriëtte Roland Holst en Willem Banning. In de GroenLinksvoorlopers PPR, EVP en later zelfs in de CPN waren veel christenen actief. Ze voelden zich in de jaren zestig, zeventig en tachtig sterk geïnspireerd door de Bergrede: de hongerigen voeden, de dorstigen te drinken geven, de naakten kleden.
Achterlijkheid
Bij de fusie tot GroenLinks, in 1990, vonden CPN, PSP, PPR en EVP elkaar in thema’s als gerechtigheid en solidariteit. In het beginselprogramma werden termen als „religie” en „godsdienst” bewust vermeden. De wil van God moet niet aan een politiek program worden verbonden, zo was de communis opinio binnen de nieuwe partij. Voor je het weet ga je Gods Naam ijdel gebruiken.
GroenLinksleider Halsema onderschrijft het publieke belang van religie. „Halsema zegt dat nu wel, maar ze straalt het nog te weinig uit. Het blijft bij GroenLinks te veel bij woorden”, vindt Meijers, zelf van gereformeerden huize. „De kerken in de Bijlmer in Amsterdam hebben een enorm sociaal vangnet opgezet voor verslaafden en zwervers. Ga maar eens in gesprek met die kerkleiders, overleg hoe problemen in de wijken kunnen worden aangepakt, maak ze tot bondgenoten. We moeten dat niet overlaten aan conservatieve christenen van CDA en ChristenUnie.”
Theo Brand, redactielid van het blad van De Linker Wang en PKN-lid, deelt Meijers’ mening. „Halsema, die het humanisme tot norm verheft, lijkt soms moeilijk los te komen van religie als vorm van achterlijkheid en onderdrukking. Bepaalde vormen van religie zijn wel degelijk onderdrukkend, dat ben ik met haar eens. Maar soms zou ze wel iets positiever mogen zijn over religie. Fundamentalisme is de boosdoener, niet religie.”
Inspiratiebron
GroenLinks zal in juli het concept van een nieuw beginselprogramma presenteren. Leden kunnen uitgebreid meepraten in wat wel Project 2008 wordt genoemd. Volgens Bram van Ojik, voorzitter van de beginselprogrammacommissie en oud-GroenLinks-Kamerlid, hebben opvallend veel leden aangegeven „religie als positieve factor” in het nieuwe program terug te willen zien.
Brand: „Ik hoop dat religie op een evenwichtige manier in het beginselprogramma wordt benoemd. Niet alleen in negatieve zin: het verwerpen van situaties waarin religie leidt tot conservatisme, onvrijheid en onverdraagzaamheid. Maar ook in positieve zin: als een belangrijke maatschappelijke factor, als inspiratiebron voor burgers. Dat is van belang voor de ontwikkeling van zelfbewust en emanciperend burgerschap en voor de erkenning van christelijke en islamitische minderheden.”
Van Ojik weet nog niet precies hoe religie in het nieuwe program tot uitdrukking komt. „Het moet geen open deur worden.” Maar het is volgens hem „wel zeker” dat religie, anders dan in de bestaande beginselen, een plek in het nieuwe beginselprogramma krijgt.
'Geef religie ruimte'
van onze correspondent UTRECHT Nederlands Dagblad - Tijdens een studiedag van De Linkerwang, platform voor geloof en politiek binnen GroenLinks, kwam zaterdag de opvatting van Femke Halsema over geloven ter sprake. Bas de Gaay Fortman, voormalig lijsttrekker PPR: ,,Femke maakt onderscheid tussen weten en zoeken. Alleen met zoekende gelovigen kun je samen politiek bedrijven. Maar zoeken of weten, dat maakt iedereen zelf wel uit.'' De studiedag was bedoeld om na te denken over religie in de publieke ruimte. Daar is binnen GroenLinks behoefte aan, volgens de organisatoren, De Helling , tijdschrift van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks en De Linkerwang, platform voor geloof en politiek. Toch stonden geen jonge raadsleden te dringen om bijgeschoold te worden, maar bogen zich ongeveer zeventig grijze hoofden over het onderwerp. Met als doel te leren van de geschiedenis. Want in de partijen waaruit GroenLinks is ontstaan, waren veel linkse christenen actief.
De voormannen van vroeger, Bas de Gaay Fortman, Herman Meijer, Cor Ofman en Bram van der Lek, zaten gebroederlijk aan tafel en memoreerden hun ervaringen met religie in de partij. In het verleden was dat vooral het christelijk geloof, momenteel gaat het ook over de plek van moslims in de politiek. Van der Lek: ,,Koppel moraal niet aan een christelijk idee. We kunnen niet samen door een deur als je vasthoudt aan de absoluutheid van een bepaald geloof.'' De Gaay Fortman: ,,Iemand mag het wel denken, maar in de politiek zoek je het gemeenschappelijke. Wat is er tegen orthodoxie? Als het maar gecombineerd wordt met orthopraxie: breng het in de praktijk.''
De Gaay Fortman is het niet eens met Femke Halsema. ,,Zij stelt dat zij niet gelooft. Dat geloof ik niet. We geloven allemaal ergens in, we staan allemaal op een bepaalde manier in het leven. Gelovigen die een ethisch superioriteitsgevoel hebben? Ik zie wel een ander soort superioriteit: 'Geloof jij nog? Dat gaat nog wel voorbij!' Je komt het heel hinderlijk tegen bij mensen die God en de schepping belachelijk vinden. Ik denk dat GroenLinks ruimte moet maken voor mensen die het wél zeker weten en die willen kiezen voor sociaalgroene politiek.''
Armoede
Als religie een plek mag hebben in de politiek, waarom reageren partijen dan zo geërgerd op de opvatting van de ChristenUnie over bijvoorbeeld embryoselectie? Mag een partij wel zeggen: 'Dit is de grens'? Panellid Herman Meijer, voormalig GroenLinks voorzitter: ,,Het wordt al snel een onmenselijke manier van praten. Je kunt beter proberen elkaar te vinden en de belangen van de mensen waarom het gaat af te wegen. Ik vind het armoede aan de kant van de ChristenUnie dat die niet in gewone mensentaal kan zeggen wat voor hen het risico is aan embryoselectie.'' Ook universitair docent Theo de Wit benadrukte dat je elkaar in een politieke omgeving serieus moet nemen, ook als is de ander orthodox. ,,Links is ook een morele houding, namelijk het krediet dat ik een ander geef dat hij of zij te goeder trouw is. Dit staat in onze tijd ernstig onder druk. Het gevaar is dat we samenleven in subculturen en getto's. Dat we elkaar vanuit onze culturele of religieuze schuttersputjes bestoken, beledigen en verketteren. NRC -columniste Elsbeth Etty stelt bijna juichend vast dat de ChristenUnie een achterlijke, fundamentalistische en moreel perverse partij is. Zelf ben ik daar iets minder zeker van.''
Herman Noordegraaf, bijzonder hoogleraar diaconaat aan de Protestantse Theologische Universiteit liet de moeizame verhouding zien tussen links en de christelijke kerken. ,,In de tweede helft van de negentiende eeuw hebben kerk en socialisme elkaar met grote haat bestreden. En nog in 1954 verklaarden bisschoppen dat wie lid was van de VARA niet kon worden begraven op gewijde grond. In de voorgeschiedenis van GroenLinks zie je dat er steeds verschillende tradities zijn van godsdienst en godsdienstbestrijding. Maar er overheerste een houding die het christelijk geloof ziet als factor in het publieke domein. Ik denk dat het terecht is dat religie in haar publieke dimensies erkend wordt door politieke partijen"
De voormannen van vroeger, Bas de Gaay Fortman, Herman Meijer, Cor Ofman en Bram van der Lek, zaten gebroederlijk aan tafel en memoreerden hun ervaringen met religie in de partij. In het verleden was dat vooral het christelijk geloof, momenteel gaat het ook over de plek van moslims in de politiek. Van der Lek: ,,Koppel moraal niet aan een christelijk idee. We kunnen niet samen door een deur als je vasthoudt aan de absoluutheid van een bepaald geloof.'' De Gaay Fortman: ,,Iemand mag het wel denken, maar in de politiek zoek je het gemeenschappelijke. Wat is er tegen orthodoxie? Als het maar gecombineerd wordt met orthopraxie: breng het in de praktijk.''
De Gaay Fortman is het niet eens met Femke Halsema. ,,Zij stelt dat zij niet gelooft. Dat geloof ik niet. We geloven allemaal ergens in, we staan allemaal op een bepaalde manier in het leven. Gelovigen die een ethisch superioriteitsgevoel hebben? Ik zie wel een ander soort superioriteit: 'Geloof jij nog? Dat gaat nog wel voorbij!' Je komt het heel hinderlijk tegen bij mensen die God en de schepping belachelijk vinden. Ik denk dat GroenLinks ruimte moet maken voor mensen die het wél zeker weten en die willen kiezen voor sociaalgroene politiek.''
Armoede
Als religie een plek mag hebben in de politiek, waarom reageren partijen dan zo geërgerd op de opvatting van de ChristenUnie over bijvoorbeeld embryoselectie? Mag een partij wel zeggen: 'Dit is de grens'? Panellid Herman Meijer, voormalig GroenLinks voorzitter: ,,Het wordt al snel een onmenselijke manier van praten. Je kunt beter proberen elkaar te vinden en de belangen van de mensen waarom het gaat af te wegen. Ik vind het armoede aan de kant van de ChristenUnie dat die niet in gewone mensentaal kan zeggen wat voor hen het risico is aan embryoselectie.'' Ook universitair docent Theo de Wit benadrukte dat je elkaar in een politieke omgeving serieus moet nemen, ook als is de ander orthodox. ,,Links is ook een morele houding, namelijk het krediet dat ik een ander geef dat hij of zij te goeder trouw is. Dit staat in onze tijd ernstig onder druk. Het gevaar is dat we samenleven in subculturen en getto's. Dat we elkaar vanuit onze culturele of religieuze schuttersputjes bestoken, beledigen en verketteren. NRC -columniste Elsbeth Etty stelt bijna juichend vast dat de ChristenUnie een achterlijke, fundamentalistische en moreel perverse partij is. Zelf ben ik daar iets minder zeker van.''
Herman Noordegraaf, bijzonder hoogleraar diaconaat aan de Protestantse Theologische Universiteit liet de moeizame verhouding zien tussen links en de christelijke kerken. ,,In de tweede helft van de negentiende eeuw hebben kerk en socialisme elkaar met grote haat bestreden. En nog in 1954 verklaarden bisschoppen dat wie lid was van de VARA niet kon worden begraven op gewijde grond. In de voorgeschiedenis van GroenLinks zie je dat er steeds verschillende tradities zijn van godsdienst en godsdienstbestrijding. Maar er overheerste een houding die het christelijk geloof ziet als factor in het publieke domein. Ik denk dat het terecht is dat religie in haar publieke dimensies erkend wordt door politieke partijen"
Abonneren op:
Posts (Atom)