5 mei 2008, 15:03 uur | FD.nl
De productie van genetisch gemodificeerd voedsel is geen oplossing voor de voedselcrisis. Dit zeggen milieuorganisaties Greenpeace en Friends of the Earth maandag in aanloop naar de vergadering van de Europese Commissie over het Europees genvoedselbeleid, aanstaande woensdag.
Genvoedsel wordt vaak gezien als een mogelijke oplossing voor de heersende voedselcrisis, omdat het de voedselproductie verhoogt. 'Dit is echter een valse oplossing. In de Verenigde Staten worden veel gengewassen verbouwd, maar de voedselprijzen dalen niet', aldus Helen Holder, campagnevoerder bij Friends of the Earth, waarbij ook Milieudefensie is aangesloten.
De organisaties pleiten tegen Europees genvoedsel. Er zou veel weerstand uit de lidstaten en van de publieke opinie zijn. Bovendien zeggen de milieuorganisaties dat wereldwijd wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat gemodificeerd voedsel schadelijk is voor gezondheid en milieu.
Europese Commissie
Naar verwachting zal de Europese Commissie woensdag geen toestemming geven om bepaalde varianten gemodificeerde maïs en een BASF-aardappelsoort te verbouwen in Europa. Volgens Greenpeace beëindigt Oostenrijk in ruil daarvoor misschien een verbod op genetisch gemodificeerd voedsel. Dat verbod is omstreden. Het Europese Hof van Justitie beoordeelt het Oostenrijkse verbod momenteel omdat het mogelijk in strijd is met Europees recht.
dinsdag 6 mei 2008
maandag 5 mei 2008
In Ongenade
Professor David Lurie, een man van middelbare leeftijd, begint een avontuurtje met een studente van twintig. Dit komt uit, en hij moet zich verantwoorden voor een onderzoekscommissie. Door zijn halsstarrigheid zit er niets anders op dan ontslag te nemen. Hij neemt de wijk naar zijn dochter in de provincie. Daar helpt hij haar met het verkopen van bloemen en groenten op de markt, en het verzorgen van de honden. Hij werkt tevens op de plaatselijke dierenkliniek, alwaar hij honden uit hun lijden verlost. Na een overval op de boerderij van zijn dochter raakt de relatie tussen hem en zijn dochter verstoord. Zij wordt bij deze overval verkracht en hij maakt zich zorgen. Zij wil er echter niet over praten. Na drie maanden bij zijn dochter te hebben gebivakkeerd keert hij terug naar Kaapstad. Zijn huis blijkt geplunderd te zijn. Een terugkeer naar de universiteit lijkt uitgesloten te zijn. Hij werpt zich op de kameropera over Byron die hij aan het schrijven is. Juist in deze crisis lijkt hij hiertoe de juiste inspiratiebron aangeboord te hebben. Hij houdt telefonisch contact met zijn dochter. Als er problemen lijken te zijn snelt hij terug naar het plaatsje waar zij woont. Ze blijkt zwanger te zijn van de verkrachting. David Lurie besluit daar te blijven tot de bevalling.
David Lurie; brave academicus van middelbare leeftijd met verhoogd libido. Afstandelijk, stug, koppig. Gebruikt Romantiek om eigen wangedrag te rationaliseren.
Lucy Lurie; dochter van David. Midtwintiger, lesbisch, (would be) boerin. Ze wilt een eigen leven leiden en zit niet te wachten op inmenging van haar vader in deze.
Rosalind; ex David Lurie waarmee deze nog regelmatig contact heeft. Steunt hem gedeeltelijk. Ze wilt niet de kastanjes voor hem uit het vuur halen.
Bev Shaw; leidster dierenkliniek. Onaantrekkelijke vrouw van middelbare leeftijd. Ondanks dit al belangrijke steun voor Lurie. Lurie heeft nog een slippertje met haar ( bijna uit medelijden).
Melanie Isaacs; jonge studente dramaturgie. Volgt college bij Lurie. Lurie heeft een affaire met haar. Jong, naïef, wispelturig , beïnvloedbaar. Brengt met aanklacht de affaire Lurie op gang.
Ryan; vriendje van Melanie. Bedreigt verschillende keren Lurie.
Meneer Isaacs; vader van Melanie. Hoofdonderwijzer; geheelonthouder; zwaar christelijk. Morele zelfgenoegzaamheid is hem niet vreemd.
Petrus; buurman en hulpje van Lucy. Wil zelfstandig huishouden opbouwen en loert daarbij op de boerderij van Lucy. Is vermoedelijk betrokken bij de overval op en verkrachting van Lucy.
De roman is geschreven in de derde persoon enkelvoud en in de tegenwoordige tijd. De verteller is (vermoedelijk) niet David Lurie zelf. De verteller lijkt een observator te zijn die vertrouwd is met de levensgeschiedenis en de zieleroerselen van Lurie. Iemand die erbij is als het verhaal zich voltrekt en in Lurie's hoofd kan kijken.
De lezer beziet de wereld in dze roman door de ogen van het hoofdpersonage; David Lurie. Dit betekent niet dat je je volledig met dit personage kunt identificeren, al krijg je in de loop van het verhaal meer begrip voor David Lurie. Hij lijkt zijn egocentrisme enigszins te overstijgen. Gezien de handelingen en houding van Lurie en de conflicten die in de roman spelen, lijkt het mij ook niet de bedoeling dat de lezer zich volledig identificeert met het hoofdpersonage. Lurie is allesbehalve een held of enkel een zielig slachtoffer.
De tekst zet aan het denken over de soms moeilijke grenzen tussen goed en kwaad. Er lijkt geen zwart-wit tegenstelling te zijn tussen goed en kwaad, er zijn alleen grijstinten. De tekst spreekt me vooral intellectueel aan. De tekst zet aan het denken over de verhoudingen tussen blank en zwart in het nieuwe Zuid-afrika, de verhouding tussen generaties, de gevolgen van politieke correctheid, de spanning tussen het leven van een intellectueel en dat van een romanticus (intellect en passie) etc. Toch wordt je ook emotioneel aangesproken; je leeft mee met de woede, het verdriet en de angst van David Lurie, en je hoopt dat hij echt van het leven leert. Het einde van de roman geeft daartoe enige ruimte voor hoop.
De roman is geschreven in een kale, sobere stijl. Toch biedt deze stijl ruimte voor heftige emoties. Deze komen misschien des te sterker over omdat ze niet te sterk worden aangezet. Voorbeelden; "Volg je temperament. Het is geen filosofie, die benaming zou hij te veel eer vinden. Het is een regel, zoals de Regel van de H. Benedictus." (Pag. 6). De schrijver weet hier in enkele korte zinnen de levensfilosofie van de hoofdpersoon neer te zetten en te nuanceren. "Wanneer hij voor zijn studenten Communicatieleer staat schieten er frasen, melodieën, flarden gezang van het ongeschreven werk (de opera over Byron) door zijn hoofd. Hij is nooit een erg goed docent geweest; in deze hervormde en, naar zijn mening, uitgehold onderwijsinstelling is hij minder op zijn plaats dan ooit. Maar ja, hetzelfde geldt voor andere collega's van de oude stempel, gebukt als ze gaan onder een opvoeding die ongeschikt is voor de hun toegewezen taken; geestelijken in een post-religieus tijdperk (cursivering van mij)." (Pag. 8). Vooral in het gecursiveerde gedeelte is de positie van de hoofdpersoon (zoals deze die ziet) raak getypeerd. "Zonder de donderdagse intermezzi (met de prostituee Soraya) is de week zo eentonig als een woestijn. Er zijn dagen dat hij zich met zichzelf geen raad weet." (Pag. 13). Het beeld van een woestijn als zinnebeeld voor sleur en eenzaamheid is zeer sterk. Je zou zeggen dat de hoofdpersoon verkommert. "Hij is een tikje ondersteboven van haar. Dat is niets bijzonders: er gaat nauwelijks een semester voorbij of hij valt wel op deze of gene van zijn pupillen. Kaapstad: een stad met een overvloed aan schoons, aan schoonheden." (Pag. 13). " Mooie gelijkschakeling van de schoonheid en verleiding van de grote stad en die ven vrouwen. 'Uitstekend. Welterusten.' Hij spreidt zijn armen, omhelst haar. Heel even voelt hij haar kleine borsten tegen zich aan. Dan ontglipt ze zijn omarming en is weg." (Pag. 17). (Begin volgende hoofdstuk): "Daarbij zou hij het moeten laten. Maar dat doet hij niet. Op zondagmorgen rijdt hij naar de lege campus en verschaft zich toegang tot het kantoor van de vakgroep. Uit de archiefkast diept hij Melanie Isaacs' inschrijvingskaart op en neemt haar persoonlijke gegevens over: adres thuis, adres in Kaapstad, telefoonnummer." (Pag. 18). Doordat dit doorloopt van het ene in het andere hoofdstuk lijkt er tussen de omarming en het opzoeken van de gegevens van Melanie een heleboel plaatsgevonden te hebben (in Luries hoofd?)."Ze staat op, kuiert de kamer door om haar kleren op te pakken, even onbekommerd alsof ze in haar eentje is. Hij is gewend aan vrouwen die bedeesder zijn met aan- en uitkleden. Maar de vrouwen die hij gewend is, zijn niet zo jong, niet zo volmaakt van vorm." (Pag. 27). Hier wordt de schoonheid, onbevangenheid en onschuld van Melanie in een enkele alinea neergezet.
De tekst laat ons zien dat er conflicten zijn tussen passie en verantwoordelijkheid. Verder wordt duidelijk dat het moeilijk is om goede banden op te bouwen tussen bevolkingsgroepen die elkaar voorheen naar het leven stonden, ook al zijn beide partijen van goede wil. Het laat zien dat er geen eenvoudige scheidslijn is tussen daders en slachtoffers. Dit zijn reële gegevens waar we, in min of meerdere mate, allemaal mee te maken kunnen krijgen. Men kan in Servië tussen verschillende bevolkingsgroepen een problematiek verwachten die vergelijkbaar is met die in Zuid-Afrika. Voor ons in Nederland is dit alles wat verder weg. Andere conflicten in de roman zijn ons ook niet vreemd (zoals die tussen intellect en passie). In deze zin heeft de roman zeker met waarheid te doen.
De tekst sleept je mee in de vrije val in het leven die de hoofdpersoon doormaakt. Je wordt uitgenodigt om een tijdlang op te trekken met David Lurie en je in te leven in een deel van zijn levensverhaal. Je wordt geconfronteerd met de mogelijkheid dat een passie die een verwoestende uitwerking op je leven kan hebben kennelijk ook een verrijkende ervaring kan zijn. Het belangrijkste genot zit hem in de psychologische geloofwaardigheid van de roman. Eigenlijk denk je nergens dat mensen zo niet denken of praten. Dit psychologisch realisme zorgt er ook voor dat je mee kunt leven met de toch ietwat onaangename hoofdpersoon. Je krijgt zelfs enig begrip voor zijn manier van handelen.
In ongenade is het eerste boek van Coetzee dat ik gelezen heb. Ik heb de aflevering van Van de Schoonheid en de Troost gezien, waarin hij werd geïnterviewd door Wim Kayzer. Daarin kwam hij over als een gesloten man die zijn woorden zorgvuldig weegt. Dit blijkt ook uit dit boek. Ik vraag me af of datgene wat ik gezien heb in dit interview van wezenlijke invloed is op het lezen van dit boek. De stijl zou me toch wel opgevallen zijn. Van wezenlijker belang is het feit dat Coetzee een Zuid-afrikaan is. Dit boek speelt zich niet alleen af in Zuid-Afrika, maar is ook met grote kennis van zaken van het huidige Zuid-Afrika geschreven. Ik denk dat alleen een zuidafrikaan zo doorleeft over Zuid-Afrika kan schrijven.
Mijn lezing van In ongenade is ongetwijfeld gekleurd door mijn betrokkenheid in de strijd tegen de Apartheid in de tweede helft van de jaren tachtig. Bij het lezen van deze roman was ik gespitst op de doorwerking van het Apartheids-systeem in het nieuwe Zuid-Afrika. Op welke manier werkt dit door in de levens van mensen en in de verhouding tussen de verschillende bevolkingsgroepen? In hoeverre kloppen mijn ideeën over de (gewenste) verhouding tussen blank en zwart met de werkelijkheid? Ik kan voorzichtig concluderen dat mijn gedachten over de angst van de blanke bevolking (op het platteland) voor de houding van de zwarte bevolking wat naïef waren. Een dergelijke angst riekte wat mij betreft al snel naar racisme. Coetzee maakt duidelijk dat de zaak toch wat complexer in elkaar steekt.
David Lurie lijkt van mening te zijn dat een mens (vooral de man?) bij tijd en wijle wordt overvallen door een erotische passie waarover hij geen controle heeft en ook niet moet controleren. Een dergelijke passie lijkt bij de volle rijkdom van het leven te horen. Passies komen echter onvermijdelijk in conflict met de normen die leven in de maatschappij en met de relatie met een vaste partner. Het kan een inbreuk betekenen op het huwelijk en de zorgvuldig opgebouwde carrière. Hierbij past eerder het afgesloten Zelf van de Stoa. Moet men vrij worden van de passie? Is die carrière heilig of staat deze een vol en rijk leven in de weg? Lurie is gek op Wordsworth die in The Prelude schrijft; "Far better never to have heard the name/ Of zeal and just ambition, than to live/ Baffled and plagued by a mind that every hour/ Turns recreant to her task; takes heart again,/ Then feels immediately some hollow thought/ hangs like an interdict upon her hopes." Luries geest lijkt zeker geplaagd te zijn. Is de passie de oplossing? Heeft hij "sexual healing" (Marvin Gaye) nodig? Is de keuze er een tussen het toegeven aan de passie of een leven dat "zo eentonig is als de woestijn"? Worden we ,als we toegeven aan de passie, dan als de Lucifer van Byron; een engel die uit de hemel is verstoten? Is de passie een "waanzin in het hart"? (Pag. 30). Of is het een "verrijkende ervaring"? (Pag. 49). Of is deze passie dat allebei? Lurie citeert Blake; '"Smoor liever een kind in de wieg dan onvervuld verlangens te koesteren."' (Pag. 61). Moet je een schuldbekentenis afleggen ten overstaan ten aanzien van de maatschappij als je toegeeft aan de erotische passie? Heeft men het recht zich op een dergelijke manier te mengen in wat zich afspeelt tussen een man en een vrouw? Volgens de normen die in deze roman worden gehanteerd zouden Simon Vestdijk en zijn Mieke veroordeelt moeten worden. Bij een oudere man die zich inlaat met een jong meisje is er immers altijd sprake van een ongelijke machtsverhouding. Hoe doorslaggevend is deze ongelijkheid? Wanneer deze mensen gelukkig zijn met elkaar kun je ze hun geluk toch moeilijk misgunnen. Zo'n relatie kan tot veel meer uitgroeien dan een affaire; het kan uitgroeien tot een ware liefde. Lurie is dit niet vergunt. Zou Melanie meer kunnen zijn dan een vluchtig avontuurtje? Sommige passages lijken daarop te wijzen; "Onverwacht komt er een herinnering aan het meisje boven: aan haar fraaie borstjes met met hun opgericht tepels, aan haar gladde, strakke buik. Er gaat een rimpeling van verlangen door hem heen. Kennelijk is, wat het ook geweest is, nog niet over." (Cursivering van mij) (Pag. 57). Dit gaat door hem heen als hij net weg is bij de universiteit en bij zijn dochter is aanbeland. Zijn dochter lijkt te denken dat er een weg terug is naar Melanie; "'Nou,' zegt Lucy 'jij hebt je prijs betaald. Misschien denkt ze achteraf niet zo hardvochtig over je. Vrouwen kunnen verbazend vergevingsgezind zijn'". (Pag. 61). Het vriendje van Melanie ziet dit heel anders; "'Laat haar met rust, man! Melanie krabt je ogen uit als ze je ziet.' " (Pag. 168). Of er, wat de liefde betreft, perspectief is blijft zo onduidelijk. Een duidelijk antwoord op al deze vragen valt niet te geven. Een Stoïcijns leven zou weleens zo "eentonig als de woestijn kunnen zijn; het toegeven aan de passies, zoals gepropageerd door de Romantici kan ronduit gevaarlijk zijn. Het verhaal biedt echter toch nog hoop. Lurie krijgt zijn Melanie niet en zijn carièrre is verwoest, hij maakt wel een louteringsproces door. Hij leert geven om zijn dochter, om dieren, om de mensen om hem heen. Zijn tegenslagen hebben hem rijker gemaakt. Hij is niet meer de afstandelijke professor, maar een man die zich druk maakt over de honden die hij moet helpen "inslapen" op de dierenkliniek. Dit is echter wel een proces dat zich ontrekt aan zijn controle. Aan de ander kant is hij gebroken en getekend door het leven; een zielige man met een speelgoedbanjo. Deze roman leert ons in die zin zeer veel over de complexiteit van het leven.
David Lurie; brave academicus van middelbare leeftijd met verhoogd libido. Afstandelijk, stug, koppig. Gebruikt Romantiek om eigen wangedrag te rationaliseren.
Lucy Lurie; dochter van David. Midtwintiger, lesbisch, (would be) boerin. Ze wilt een eigen leven leiden en zit niet te wachten op inmenging van haar vader in deze.
Rosalind; ex David Lurie waarmee deze nog regelmatig contact heeft. Steunt hem gedeeltelijk. Ze wilt niet de kastanjes voor hem uit het vuur halen.
Bev Shaw; leidster dierenkliniek. Onaantrekkelijke vrouw van middelbare leeftijd. Ondanks dit al belangrijke steun voor Lurie. Lurie heeft nog een slippertje met haar ( bijna uit medelijden).
Melanie Isaacs; jonge studente dramaturgie. Volgt college bij Lurie. Lurie heeft een affaire met haar. Jong, naïef, wispelturig , beïnvloedbaar. Brengt met aanklacht de affaire Lurie op gang.
Ryan; vriendje van Melanie. Bedreigt verschillende keren Lurie.
Meneer Isaacs; vader van Melanie. Hoofdonderwijzer; geheelonthouder; zwaar christelijk. Morele zelfgenoegzaamheid is hem niet vreemd.
Petrus; buurman en hulpje van Lucy. Wil zelfstandig huishouden opbouwen en loert daarbij op de boerderij van Lucy. Is vermoedelijk betrokken bij de overval op en verkrachting van Lucy.
De roman is geschreven in de derde persoon enkelvoud en in de tegenwoordige tijd. De verteller is (vermoedelijk) niet David Lurie zelf. De verteller lijkt een observator te zijn die vertrouwd is met de levensgeschiedenis en de zieleroerselen van Lurie. Iemand die erbij is als het verhaal zich voltrekt en in Lurie's hoofd kan kijken.
De lezer beziet de wereld in dze roman door de ogen van het hoofdpersonage; David Lurie. Dit betekent niet dat je je volledig met dit personage kunt identificeren, al krijg je in de loop van het verhaal meer begrip voor David Lurie. Hij lijkt zijn egocentrisme enigszins te overstijgen. Gezien de handelingen en houding van Lurie en de conflicten die in de roman spelen, lijkt het mij ook niet de bedoeling dat de lezer zich volledig identificeert met het hoofdpersonage. Lurie is allesbehalve een held of enkel een zielig slachtoffer.
De tekst zet aan het denken over de soms moeilijke grenzen tussen goed en kwaad. Er lijkt geen zwart-wit tegenstelling te zijn tussen goed en kwaad, er zijn alleen grijstinten. De tekst spreekt me vooral intellectueel aan. De tekst zet aan het denken over de verhoudingen tussen blank en zwart in het nieuwe Zuid-afrika, de verhouding tussen generaties, de gevolgen van politieke correctheid, de spanning tussen het leven van een intellectueel en dat van een romanticus (intellect en passie) etc. Toch wordt je ook emotioneel aangesproken; je leeft mee met de woede, het verdriet en de angst van David Lurie, en je hoopt dat hij echt van het leven leert. Het einde van de roman geeft daartoe enige ruimte voor hoop.
De roman is geschreven in een kale, sobere stijl. Toch biedt deze stijl ruimte voor heftige emoties. Deze komen misschien des te sterker over omdat ze niet te sterk worden aangezet. Voorbeelden; "Volg je temperament. Het is geen filosofie, die benaming zou hij te veel eer vinden. Het is een regel, zoals de Regel van de H. Benedictus." (Pag. 6). De schrijver weet hier in enkele korte zinnen de levensfilosofie van de hoofdpersoon neer te zetten en te nuanceren. "Wanneer hij voor zijn studenten Communicatieleer staat schieten er frasen, melodieën, flarden gezang van het ongeschreven werk (de opera over Byron) door zijn hoofd. Hij is nooit een erg goed docent geweest; in deze hervormde en, naar zijn mening, uitgehold onderwijsinstelling is hij minder op zijn plaats dan ooit. Maar ja, hetzelfde geldt voor andere collega's van de oude stempel, gebukt als ze gaan onder een opvoeding die ongeschikt is voor de hun toegewezen taken; geestelijken in een post-religieus tijdperk (cursivering van mij)." (Pag. 8). Vooral in het gecursiveerde gedeelte is de positie van de hoofdpersoon (zoals deze die ziet) raak getypeerd. "Zonder de donderdagse intermezzi (met de prostituee Soraya) is de week zo eentonig als een woestijn. Er zijn dagen dat hij zich met zichzelf geen raad weet." (Pag. 13). Het beeld van een woestijn als zinnebeeld voor sleur en eenzaamheid is zeer sterk. Je zou zeggen dat de hoofdpersoon verkommert. "Hij is een tikje ondersteboven van haar. Dat is niets bijzonders: er gaat nauwelijks een semester voorbij of hij valt wel op deze of gene van zijn pupillen. Kaapstad: een stad met een overvloed aan schoons, aan schoonheden." (Pag. 13). " Mooie gelijkschakeling van de schoonheid en verleiding van de grote stad en die ven vrouwen. 'Uitstekend. Welterusten.' Hij spreidt zijn armen, omhelst haar. Heel even voelt hij haar kleine borsten tegen zich aan. Dan ontglipt ze zijn omarming en is weg." (Pag. 17). (Begin volgende hoofdstuk): "Daarbij zou hij het moeten laten. Maar dat doet hij niet. Op zondagmorgen rijdt hij naar de lege campus en verschaft zich toegang tot het kantoor van de vakgroep. Uit de archiefkast diept hij Melanie Isaacs' inschrijvingskaart op en neemt haar persoonlijke gegevens over: adres thuis, adres in Kaapstad, telefoonnummer." (Pag. 18). Doordat dit doorloopt van het ene in het andere hoofdstuk lijkt er tussen de omarming en het opzoeken van de gegevens van Melanie een heleboel plaatsgevonden te hebben (in Luries hoofd?)."Ze staat op, kuiert de kamer door om haar kleren op te pakken, even onbekommerd alsof ze in haar eentje is. Hij is gewend aan vrouwen die bedeesder zijn met aan- en uitkleden. Maar de vrouwen die hij gewend is, zijn niet zo jong, niet zo volmaakt van vorm." (Pag. 27). Hier wordt de schoonheid, onbevangenheid en onschuld van Melanie in een enkele alinea neergezet.
De tekst laat ons zien dat er conflicten zijn tussen passie en verantwoordelijkheid. Verder wordt duidelijk dat het moeilijk is om goede banden op te bouwen tussen bevolkingsgroepen die elkaar voorheen naar het leven stonden, ook al zijn beide partijen van goede wil. Het laat zien dat er geen eenvoudige scheidslijn is tussen daders en slachtoffers. Dit zijn reële gegevens waar we, in min of meerdere mate, allemaal mee te maken kunnen krijgen. Men kan in Servië tussen verschillende bevolkingsgroepen een problematiek verwachten die vergelijkbaar is met die in Zuid-Afrika. Voor ons in Nederland is dit alles wat verder weg. Andere conflicten in de roman zijn ons ook niet vreemd (zoals die tussen intellect en passie). In deze zin heeft de roman zeker met waarheid te doen.
De tekst sleept je mee in de vrije val in het leven die de hoofdpersoon doormaakt. Je wordt uitgenodigt om een tijdlang op te trekken met David Lurie en je in te leven in een deel van zijn levensverhaal. Je wordt geconfronteerd met de mogelijkheid dat een passie die een verwoestende uitwerking op je leven kan hebben kennelijk ook een verrijkende ervaring kan zijn. Het belangrijkste genot zit hem in de psychologische geloofwaardigheid van de roman. Eigenlijk denk je nergens dat mensen zo niet denken of praten. Dit psychologisch realisme zorgt er ook voor dat je mee kunt leven met de toch ietwat onaangename hoofdpersoon. Je krijgt zelfs enig begrip voor zijn manier van handelen.
In ongenade is het eerste boek van Coetzee dat ik gelezen heb. Ik heb de aflevering van Van de Schoonheid en de Troost gezien, waarin hij werd geïnterviewd door Wim Kayzer. Daarin kwam hij over als een gesloten man die zijn woorden zorgvuldig weegt. Dit blijkt ook uit dit boek. Ik vraag me af of datgene wat ik gezien heb in dit interview van wezenlijke invloed is op het lezen van dit boek. De stijl zou me toch wel opgevallen zijn. Van wezenlijker belang is het feit dat Coetzee een Zuid-afrikaan is. Dit boek speelt zich niet alleen af in Zuid-Afrika, maar is ook met grote kennis van zaken van het huidige Zuid-Afrika geschreven. Ik denk dat alleen een zuidafrikaan zo doorleeft over Zuid-Afrika kan schrijven.
Mijn lezing van In ongenade is ongetwijfeld gekleurd door mijn betrokkenheid in de strijd tegen de Apartheid in de tweede helft van de jaren tachtig. Bij het lezen van deze roman was ik gespitst op de doorwerking van het Apartheids-systeem in het nieuwe Zuid-Afrika. Op welke manier werkt dit door in de levens van mensen en in de verhouding tussen de verschillende bevolkingsgroepen? In hoeverre kloppen mijn ideeën over de (gewenste) verhouding tussen blank en zwart met de werkelijkheid? Ik kan voorzichtig concluderen dat mijn gedachten over de angst van de blanke bevolking (op het platteland) voor de houding van de zwarte bevolking wat naïef waren. Een dergelijke angst riekte wat mij betreft al snel naar racisme. Coetzee maakt duidelijk dat de zaak toch wat complexer in elkaar steekt.
David Lurie lijkt van mening te zijn dat een mens (vooral de man?) bij tijd en wijle wordt overvallen door een erotische passie waarover hij geen controle heeft en ook niet moet controleren. Een dergelijke passie lijkt bij de volle rijkdom van het leven te horen. Passies komen echter onvermijdelijk in conflict met de normen die leven in de maatschappij en met de relatie met een vaste partner. Het kan een inbreuk betekenen op het huwelijk en de zorgvuldig opgebouwde carrière. Hierbij past eerder het afgesloten Zelf van de Stoa. Moet men vrij worden van de passie? Is die carrière heilig of staat deze een vol en rijk leven in de weg? Lurie is gek op Wordsworth die in The Prelude schrijft; "Far better never to have heard the name/ Of zeal and just ambition, than to live/ Baffled and plagued by a mind that every hour/ Turns recreant to her task; takes heart again,/ Then feels immediately some hollow thought/ hangs like an interdict upon her hopes." Luries geest lijkt zeker geplaagd te zijn. Is de passie de oplossing? Heeft hij "sexual healing" (Marvin Gaye) nodig? Is de keuze er een tussen het toegeven aan de passie of een leven dat "zo eentonig is als de woestijn"? Worden we ,als we toegeven aan de passie, dan als de Lucifer van Byron; een engel die uit de hemel is verstoten? Is de passie een "waanzin in het hart"? (Pag. 30). Of is het een "verrijkende ervaring"? (Pag. 49). Of is deze passie dat allebei? Lurie citeert Blake; '"Smoor liever een kind in de wieg dan onvervuld verlangens te koesteren."' (Pag. 61). Moet je een schuldbekentenis afleggen ten overstaan ten aanzien van de maatschappij als je toegeeft aan de erotische passie? Heeft men het recht zich op een dergelijke manier te mengen in wat zich afspeelt tussen een man en een vrouw? Volgens de normen die in deze roman worden gehanteerd zouden Simon Vestdijk en zijn Mieke veroordeelt moeten worden. Bij een oudere man die zich inlaat met een jong meisje is er immers altijd sprake van een ongelijke machtsverhouding. Hoe doorslaggevend is deze ongelijkheid? Wanneer deze mensen gelukkig zijn met elkaar kun je ze hun geluk toch moeilijk misgunnen. Zo'n relatie kan tot veel meer uitgroeien dan een affaire; het kan uitgroeien tot een ware liefde. Lurie is dit niet vergunt. Zou Melanie meer kunnen zijn dan een vluchtig avontuurtje? Sommige passages lijken daarop te wijzen; "Onverwacht komt er een herinnering aan het meisje boven: aan haar fraaie borstjes met met hun opgericht tepels, aan haar gladde, strakke buik. Er gaat een rimpeling van verlangen door hem heen. Kennelijk is, wat het ook geweest is, nog niet over." (Cursivering van mij) (Pag. 57). Dit gaat door hem heen als hij net weg is bij de universiteit en bij zijn dochter is aanbeland. Zijn dochter lijkt te denken dat er een weg terug is naar Melanie; "'Nou,' zegt Lucy 'jij hebt je prijs betaald. Misschien denkt ze achteraf niet zo hardvochtig over je. Vrouwen kunnen verbazend vergevingsgezind zijn'". (Pag. 61). Het vriendje van Melanie ziet dit heel anders; "'Laat haar met rust, man! Melanie krabt je ogen uit als ze je ziet.' " (Pag. 168). Of er, wat de liefde betreft, perspectief is blijft zo onduidelijk. Een duidelijk antwoord op al deze vragen valt niet te geven. Een Stoïcijns leven zou weleens zo "eentonig als de woestijn kunnen zijn; het toegeven aan de passies, zoals gepropageerd door de Romantici kan ronduit gevaarlijk zijn. Het verhaal biedt echter toch nog hoop. Lurie krijgt zijn Melanie niet en zijn carièrre is verwoest, hij maakt wel een louteringsproces door. Hij leert geven om zijn dochter, om dieren, om de mensen om hem heen. Zijn tegenslagen hebben hem rijker gemaakt. Hij is niet meer de afstandelijke professor, maar een man die zich druk maakt over de honden die hij moet helpen "inslapen" op de dierenkliniek. Dit is echter wel een proces dat zich ontrekt aan zijn controle. Aan de ander kant is hij gebroken en getekend door het leven; een zielige man met een speelgoedbanjo. Deze roman leert ons in die zin zeer veel over de complexiteit van het leven.
zondag 4 mei 2008
zaterdag 3 mei 2008
Hirsch Ballin: blasfemie strafbaar

Gepubliceerd: 3 mei 2008 10:16 | Gewijzigd: 3 mei 2008 11:51
Door een onzer redacteuren
Den Haag, 3 mei. Naast het beledigen van God, moet ook belediging van andere aspecten van godsdienst of levensovertuiging strafbaar worden. Dat staat in een conceptbrief van minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) aan de Tweede Kamer die gisteren per ongeluk op de website van het ministerie stond. De brief, gedateerd 6 mei, was een antwoord op vragen uit de Kamer. Bij een overleg, in maart, zei Hirsch een onderzoek toe naar verruiming van het verbod. Volgens een Justitie-woordvoerder moet de brief echter als „niet verzonden" beschouwd worden. Hij wilde niet spreken over de inhoud.
Poster van Bond tegen het Vloeken
Poster van Bond tegen het Vloeken
* Achtergrond - Vervolgen Wilders politiek mijnenveld
Bij een verruiming zou het beledigen van „heilige boeken of andere kernwaarden van een godsdienst of levensovertuiging” strafbaar worden. Nu valt volgens de jurisprudentie alleen de christelijke God onder het verbod.
Het is „een taak van de overheid [...] om bij zware beledigingen op te treden en aldus te voorkomen dat burgers dermate ernstig worden gegriefd dat bij hen gevoelens van angst en machteloosheid ontstaan”, aldus de brief. Het verbod op discriminatie zou onvoldoende bescherming bieden, omdat dat alleen gebruikt kan worden als mensen zelf worden beledigd, niet als datgene waarin zij geloven wordt beledigd. Het is volgens de brief niet de bedoeling om „serieuze kritiek op godsdiensten en levensovertuigingen” onmogelijk te maken. Het artikel zou alleen ingezet moeten worden bij vrees voor „ernstige gevolgen voor de openbare orde”.
Overigens wordt het verbod op godslastering sinds 1968 niet meer gebruikt. Toen oordeelde de Hoge Raad dat schrijver Gerard Reve zich niet schuldig maakte aan godslastering toen hij in een bundel reisbrieven beschreef hoe hij seks had met God in de gedaante van een ezel. Na de moord op Van Gogh in 2004 wilde toenmalig minister van Justitie Donner het verbod tot leven wekken. Hij bereikte het tegendeel: snel pleitte een Kamermeerderheid voor afschaffing.
Om het godslasteringsverbod weer bruikbaar te maken, zou het na de wijziging in de conceptbrief niet meer nodig zijn om te bewijzen dat het de bedoeling van de dader is om te beledigen.
Een ruime Kamermeerderheid van PvdA, SP, VVD, D66 en GroenLinks wil juist van het verbod op godslastering af. Zij vinden dat hiermee gelovigen een extra bescherming krijgen die niet-gelovigen, die zich alleen kunnen beroepen op het verbod op haatzaaien en discriminatie, moeten ontberen. Overigens heeft coalitiepartij PvdA, die samen met de christelijke partijen CDA en ChristenUnie regeert, geen haast met de afschaffing.
NRC
vrijdag 2 mei 2008
BOLIVIA Morales nationalizes telecom, gas companiesp
'Basic services -- call them energy, water or communications -- cannot be in the hands of private business,' Morales said in announcing the takeovers.
Posted on Fri, May. 02, 2008
Digg del.icio.us AIM reprint print email
By CAROLOS VALDEZ
Associated Press
* More coverage of the Americas
LA PAZ --
President Evo Morales celebrated May Day by announcing the nationalization of Bolivia's leading telecommunications company, Entel, and returning four foreign-owned natural gas companies to state control.
Morales said his government would take ''absolute control from this moment on'' of the former state telephone company, in which Telecom Italia owns a 50 percent share.
Morales announced plans to buy back Entel last year, but negotiations with Telecom Italia have dragged out. Following Thursday's decree, Bolivian police were dispatched to guard Entel offices in La Paz and the eastern city of Santa Cruz.
''Basic services -- call them energy, water or communications -- cannot be in the hands of private business. They're public services,'' Morales told a crowd outside the presidential palace during celebrations of international workers' day.
Terms of the nationalization are not immediately clear, though Morales said the company's employees would keep their jobs.
Morales also announced the return to state control of four former pieces of Bolivia's state energy company YPFB, which was privatized during the 1990s. He had announced plans for that move when he declared the nationalization of Bolivia's oil and gas sector on May Day 2006.
The president said he has signed an agreement to purchase a majority share in the gas production company Andina from Spanish company Repsol YPF.
Hydrocarbons Minister Carlos Villegas said the deal gives YPFB, long a bit player in its own country, an active role in Bolivia's two largest gas fields, San Alberto and San Antonio.
Morales commended Repsol as the ''symbol of a business that negotiates'' -- while announcing the nationalization of three other foreign-owned energy companies that failed to work out a deal before his April 30 deadline.
Gas production company Chaco, controlled by British Petroleum; the pipeline company Transredes, controlled by the Houston-based Ashmore Energy International, and German-Peruvian owned distribution company CLBH will all be returned to state control.
Terms of the nationalizations were not immediately available.
Bolivia privatized the struggling Entel in 1995, handing 50 percent of the company to Stet International in exchange for the Italian company's promise to invest $608 million to modernize its services. Stet later merged with Telecom Italia.
Telecom Italia says it has spent more than that to build Bolivia's largest cellphone and Internet networks while maintaining a commanding share of the now-deregulated telecommunications sector.
In Venezuela, President Hugo Chávez ordered the expropriation of Venezuela's largest steel maker after attempts by the government to acquire a majority stake in the company failed. Chávez said iderurgica del Orinoco, which was controlled by Luxembourg-based Ternium, will become ``a socialist company.
Sidor, as the company is known, ''has now recuperated by the revolutionary government,'' Chávebz said.
Since winning reelection in 2006 on promises to steer his country toward socialism, Chávez has made nationalizing major industries a top priority.
His government last year seized majority control of the country's largest telecommunications and electricity companies, and of joint oil ventures run by some of the world's largest oil companies.
Posted on Fri, May. 02, 2008
Digg del.icio.us AIM reprint print email
By CAROLOS VALDEZ
Associated Press
* More coverage of the Americas
LA PAZ --
President Evo Morales celebrated May Day by announcing the nationalization of Bolivia's leading telecommunications company, Entel, and returning four foreign-owned natural gas companies to state control.
Morales said his government would take ''absolute control from this moment on'' of the former state telephone company, in which Telecom Italia owns a 50 percent share.
Morales announced plans to buy back Entel last year, but negotiations with Telecom Italia have dragged out. Following Thursday's decree, Bolivian police were dispatched to guard Entel offices in La Paz and the eastern city of Santa Cruz.
''Basic services -- call them energy, water or communications -- cannot be in the hands of private business. They're public services,'' Morales told a crowd outside the presidential palace during celebrations of international workers' day.
Terms of the nationalization are not immediately clear, though Morales said the company's employees would keep their jobs.
Morales also announced the return to state control of four former pieces of Bolivia's state energy company YPFB, which was privatized during the 1990s. He had announced plans for that move when he declared the nationalization of Bolivia's oil and gas sector on May Day 2006.
The president said he has signed an agreement to purchase a majority share in the gas production company Andina from Spanish company Repsol YPF.
Hydrocarbons Minister Carlos Villegas said the deal gives YPFB, long a bit player in its own country, an active role in Bolivia's two largest gas fields, San Alberto and San Antonio.
Morales commended Repsol as the ''symbol of a business that negotiates'' -- while announcing the nationalization of three other foreign-owned energy companies that failed to work out a deal before his April 30 deadline.
Gas production company Chaco, controlled by British Petroleum; the pipeline company Transredes, controlled by the Houston-based Ashmore Energy International, and German-Peruvian owned distribution company CLBH will all be returned to state control.
Terms of the nationalizations were not immediately available.
Bolivia privatized the struggling Entel in 1995, handing 50 percent of the company to Stet International in exchange for the Italian company's promise to invest $608 million to modernize its services. Stet later merged with Telecom Italia.
Telecom Italia says it has spent more than that to build Bolivia's largest cellphone and Internet networks while maintaining a commanding share of the now-deregulated telecommunications sector.
In Venezuela, President Hugo Chávez ordered the expropriation of Venezuela's largest steel maker after attempts by the government to acquire a majority stake in the company failed. Chávez said iderurgica del Orinoco, which was controlled by Luxembourg-based Ternium, will become ``a socialist company.
Sidor, as the company is known, ''has now recuperated by the revolutionary government,'' Chávebz said.
Since winning reelection in 2006 on promises to steer his country toward socialism, Chávez has made nationalizing major industries a top priority.
His government last year seized majority control of the country's largest telecommunications and electricity companies, and of joint oil ventures run by some of the world's largest oil companies.
Sigaret leidt tot vechtpartij in trein
HAARLEM - Een rokende man heeft woensdagavond in een trein die van Amsterdam naar Haarlem reed tot een vechtpartij geleid.
Dat heeft de politie donderdag gemeld.
Drie passagiers vroegen de roker of hij zijn sigaret uit wilde maken. Hierna sloegen en schopten de man en zijn vier vrienden op het drietal in. Toen de conducteur dit merkte, waarschuwde hij de politie en liet de trein stilzetten.
De politie kon de vijf verdachten, mannen en vrouwen tussen de 18 en 23 jaar oud uit Rotterdam, Capelle en Spijkenisse, zonder problemen aanhouden. Ze zijn alle vijf ingesloten. (ANP)
Parool
Meneer de roker zal zich wel weer vreselijk gediscrimineerd hebben gevoeld door die vervelende, zeurende niet-rokers. Ik ben zelf in Engeland eens een confrontatie gehad met een dergelijke asociale roker. Het liep gelukkig niet op een handgemeen uit. In dit geval ging het om een buspassagier die andere passagiers lastig viel en per se een vuurtje voor zijn sigaret wilde. Hij reageerde agressief als je hem geen vuurtje wilde geven. Toen hem uiteindelijk lukte om een vuurtje te krijgen werd hij de bus uitgegooid en kreeg hij een boete van 200 Pond. Ik heb met leedvermaak zitten kijken hoe hij te keer ging tegen dit 'onrecht'.
Dat heeft de politie donderdag gemeld.
Drie passagiers vroegen de roker of hij zijn sigaret uit wilde maken. Hierna sloegen en schopten de man en zijn vier vrienden op het drietal in. Toen de conducteur dit merkte, waarschuwde hij de politie en liet de trein stilzetten.
De politie kon de vijf verdachten, mannen en vrouwen tussen de 18 en 23 jaar oud uit Rotterdam, Capelle en Spijkenisse, zonder problemen aanhouden. Ze zijn alle vijf ingesloten. (ANP)
Parool
Meneer de roker zal zich wel weer vreselijk gediscrimineerd hebben gevoeld door die vervelende, zeurende niet-rokers. Ik ben zelf in Engeland eens een confrontatie gehad met een dergelijke asociale roker. Het liep gelukkig niet op een handgemeen uit. In dit geval ging het om een buspassagier die andere passagiers lastig viel en per se een vuurtje voor zijn sigaret wilde. Hij reageerde agressief als je hem geen vuurtje wilde geven. Toen hem uiteindelijk lukte om een vuurtje te krijgen werd hij de bus uitgegooid en kreeg hij een boete van 200 Pond. Ik heb met leedvermaak zitten kijken hoe hij te keer ging tegen dit 'onrecht'.
donderdag 1 mei 2008
Abonneren op:
Posts (Atom)