donderdag 31 juli 2008

'Zacht weefsel' dinobot blijkt vervuiling


door René Fransen Nederland Dagblad
In 2005 werd 'zacht weefsel' aangetroffen in dinobotten. Volgens creationisten een bewijs tegen de evolutie. Maar het 'zachte weefsel' blijkt een bacteriële vervuiling. SEATTLE - De vondst van zacht weefsel in fossiele botten van een Tyrannosaurus rex was in 2005 groot nieuws. De botten waren naar schatting 68 miljoen jaar oud en het was de vraag hoe het zachte weefsel al die tijd intact kon blijven. Creationisten stelden dat het zachte weefsel een bewijs was dat de fossielen nooit miljoenen jaren oud konden zijn.

Gisteren publiceerden Amerikaanse onderzoekers in het internettijdschrift PLoS ONE dat het niet gaat om echt dinosaurusweefsel, maar om vervuiling door bacteriën. Die hebben zich in de holle botten gevestigd en daar een 'biofilm' afgezet, een plakkerige laag die veel bacteriën voor hun eigen bescherming aanleggen. Bekende voorbeelden zijn tandplak en de glibberige laag die na een tijdje in een emmer water ontstaat.

De onderzoekers van Washington University in Seattle schrijven dat het zachte weefsel oorspronkelijk gevonden zijn door het bot eerst op te lossen in zuur. Het zachte weefsel bleef dan achter. In het nieuwe onderzoek zijn eerst met behulp van een elektronenmicroscoop opnamen gemaakt van fossiele botten uit van verschillende diersoorten en uit verschillende aardlagen. Daarbij vonden ze structuren in het bot aan, die hier en daar loslieten. Die kwamen overeen met wat de onderzoekers verwachten van een biofilm.

In 2007 meldden onderzoekers dat zij fragmenten van het eiwit collageen (bindweefsel) in het fossiele 'zachte weefsel' hadden gevonden. Maar volgens het team van Kaye kan collageen ook door bacteriën worden aangemaakt. Datering met behulp van de koolstof-14 methode liet ten slotte zien dat het zachte materiaal in de fossielen vermoedelijk zo'n vijftig jaar oud was.


Zo zie je maar dat creationisten zich vastklampen aan elke strohalm die ze kunnen vinden. Telkens blijken hun weerleggingen van de evolutietheorie geen hout te snijden.

Geen opmerkingen: